De exploitatievergunning of verleende vrijstelling vervalt wanneer:

a. de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) overgedragen;

b. zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning of vrijstelling, zonder dat van deze vergunning of vrijstelling gebruik is gemaakt;

c. gedurende zes maanden anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de exploitatievergunning of vrijstelling.