1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een eenmaal verleende vergunning ingetrokken, als niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:40c gestelde eisen.

2. De burgemeester kan de vergunning ook intrekken, als:

a. aannemelijk is dat de exploitant of andere leidinggevenden betrokken zijn bij of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 2 of 3 Opiumwet;

b. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen;

c. het bij artikel 2:40g gesteld verbod wordt overtreden.