Naar hoofdinhoud

Artikel 2

– REIKWIJDTE

Onderdeel van Verordening afvoer hemel- en grondwater Dongen

Deze verordening is van toepassing voor bouwen of het renoveren van bouwwerken en de aanleg van verhardingen, voor zover hiermee het verhard oppervlak wijzigt of toeneemt. Bestaande situaties hoeven dus niet per ommegaande, verplicht aangepast te worden als gevolg van deze verordening. Echter, uit de definities (zie artikel 1) volgt dat deze verordening wel van toepassing is bij alle wijzigingen aan bestaande bouwwerken en/of verharde oppervlakken. In geval van wijzigingen aan, of herbouw van (bestaand) verhard oppervlak ontstaat namelijk - over het algemeen – de gelegenheid om (ondergrondse) voorzieningen te realiseren, in combinatie met voorzieningen die inpandig gerealiseerd kunnen of moeten worden. Via communicatie en voorlichtingsactiviteiten zal de gemeente de initiatiefnemers bij zoveel mogelijk activiteiten ook motiveren en informeren over de mogelijkheden van anders duurzamer omgaan met hemel- en grondwater op het eigen terrein. De hemelwaterregels uit de verordening zijn niet per definitie van toepassing op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Het lozen van hemelwater op de riolering is voor inrichtingen geregeld in het Activiteitenbesluit. Daarin staat dat lozing van afstromend hemelwater op een vuilwaterriool alleen is toegestaan als lozing in een schoon-waterstelsel, het oppervlaktewater of de bodem niet mogelijk is. Daarmee wordt dus hetzelfde geëist als wat in de verordening is aangegeven en is het dus niet nodig om de verordening van toepassing te verklaren op inrichtingen volgens het Activiteitenbesluit. De hemelwaterregels uit de verordening, zoals van toepassing op nieuw verhard oppervlak, zijn niet van toepassing op bestaand verhard oppervlak van openbare percelen. De beheerder van de openbare riolering (de gemeente) is immers zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater dat hier valt. De gemeente hoeft hier zichzelf geen lozingsverbod op te leggen. Dit doet de gemeente wel als onverharde delen van openbare percelen verhard worden. Om de werklast te beperken en de handhaafbaarheid van deze verordening te bevorderen, hoeven vergunningsvrije (bouw)activiteiten niet aan de hemelwaterregels in deze verordening te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel