Als de verkoop van groen- en reststroken een negatieve invloed heeft op de stedenbouwkundige structuur, landschapskundige- en/of planologische opzet komt de grond niet voor verkoop in aanmerking. Verkoop van groen- en reststroken is te overwegen als:
**-.** Verkoop geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige structuur/opzet van de wijk;
**-.** Inrichting van de grond volgens de planologische mogelijkheden niet leidt tot aantasting van het straatbeeld, zichtlijnen of aanzicht van de directe omgeving;
**-.** Ook mag verkoop geen laanstructuren doorbreken, bomenrijen aantasten of afbreuk doen aan andere lijnvormige elementen;
**-.** De grond geen cultuurhistorische waarde heeft;
**-.** Verkoop geen afbreuk doet aan de positieve beleving van een (recreatieve)fiets- en/of voetgangersroute;
**-.** De verkoop van de groen- en reststroken mag niet leiden tot onlogische kadastrale grenzen of ingesloten eigendommen.
Het ontstaan van hoeken en verspringende erfgrenzen (‘kantelenpatroon’) kan daarom een reden zijn om grond niet te willen uitgeven. De gemeente kan, om onlogische kadastrale grenzen te voorkomen, aan de eventuele verkoop van de grond de voorwaarde stellen dat alleen verkocht wordt als ook de buren bereid zijn om de grond grenzend aan hun pand te kopen. De verkoop van de grond mag tevens niet ten koste gaan van het efficiënt beheren en onderhouden van het openbaar groen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Criteria stedenbouw, landschap en planologie
Onderdeel van Beleidsnota Uitgifte groen- en reststroken