Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

afstanden bebouwde kom

Onderdeel van Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Smallingerland 2008

1.. Ten opzichte van de op grond van artikel 2 lid 2 van deze Verordening aangewezen gebieden zijn de afstanden genoemd in artikel 4 lid 1 aanhef en onder a van de Wet niet van toepassing voor: rundveehouderijen waar melkrundvee met bijbehorend jongvee wordt gehouden, rundveehouderijen waar jongvee in opfok wordt gehouden, of veehouderijen waar maximaal 50 stuks paarden worden gehouden. 2.. Binnen de op grond van artikel 2 lid 2 van deze Verordening aangewezen gebieden bedraagt de afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf bij een inrichting als bedoeld in lid 1 onder a, b en c en de buitenzijde van een geurgevoelig object in de bebouwde kom minimaal 50 meter. 3.. In stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter mag, naast paarden, alleen jongvee worden gehouden, tot een maximum van 200 stuks. 4.. Als het aantal melkrundvee met bijbehorend jongvee in de inrichting maximaal 200 bedraagt, mag in afwijking van lid 3 in stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter melkrundvee met bijbehorend jongvee worden gehouden. 5.. De in lid 2 tot en met 4 genoemde afstanden gelden voor zover het betreft: geurhinder vanwege de tot die veehouderij behorende dieren die bedrijfsmatig of daaraan gelijk gesteld worden gehouden, een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel