Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

afstand buiten bebouwde kom

Onderdeel van Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Smallingerland 2008

1.. De afstanden genoemd in artikel 4 lid 1 aanhef en onder b van de Wet niet van toepassing voor: bestaande rundveehouderijen waar melkrundvee met bijbehorend jongvee wordt gehouden, bestaande rundveehouderijen waar jongvee in opfok wordt gehouden, of bestaande veehouderijen waar maximaal 50 stuks paarden worden gehouden. 2.. De afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf bij een inrichting als bedoeld in lid 1 onder a, b en c en de buitenzijde van een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom bedraagt minimaal 25 meter. 3.. In stallen binnen een afstand van 25 tot 50 meter mag de veebezetting niet toenemen (stand still beginsel veeaantal). 4.. In stallen binnen de afstand van 25 tot 50 meter mogen de dierplaatsen niet op kortere afstand liggen dan op grond van een melding of vergunning op grond van de Wet milieubeheer was toegestaan op 31 december 2006 (stand still-beginsel afstand). 5.. Uitbreiding van de veebezetting moet plaatsvinden in stallen op een minimale afstand van 50 meter. 6.. De in lid 2 tot en met 5 genoemde afstanden gelden voor zover het betreft: geurhinder vanwege de tot die veehouderij behorende dieren die bedrijfsmatig of daaraan gelijk gesteld worden gehouden, een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel