- - Indien sprake is van gebruikelijke hulp, verstrekt het college geen jeugdhulp.
- - Van gebruikelijke hulp is sprake als de hulp valt onder de zorgplicht van ouders voor hun kinderen zoals volgt uit artikel 247 Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De wetgever verstaat onder de zorgplicht in ieder geval de volgende acht kernpunten van goed ouderschap:
- - een onvoorwaardelijke toewijding
- - continuïteit in de opvoedingsrelatie
- - verzorging en zorg voor lichamelijk welzijn
- - opvoeding tot zelfstandigheid en sociale en maatschappelijke participatie
- - het organiseren en monitoren van de opvoeding in het gezin, op school en in het publieke domein
- - zorgdragen voor de vorming van de afstammingsidentiteit van het kind
- - zorgdragen voor contact- en omgangsmogelijkheden met voor het kind belangrijke personen
- - een veilige opvoedsituatie van het kind.
- - Bij de beoordeling wordt de in lid 4 van dit artikel opgenomen richtlijn ‘gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel per leeftijd’ als uitgangspunt gehanteerd.
- - Gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel per leeftijd:
Kinderen van 0 tot 3 jaar
- - Hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig;
- - ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;
- - zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
- - hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 3 tot 5 jaar
- - Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
- - kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;
- - hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij toiletgang;
- - hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;
- - hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;
- - zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;
- - hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 12 jaar
- - Kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school oplopend van 22 tot 25 uur per week;
- - kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);
- - hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tandenpoetsen;
- - hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;
- - zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeel ook. Ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
- - hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrijetijdsbesteding gaan;
- - hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 12 tot 18
- - Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
- - kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;
- - kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;
- - kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;
- - hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;
- - hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;
- - hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);
- - hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
- - hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.