**1..** Indien een woonvoorziening als bedoeld in artikel 6c onder a of b is geïndiceerd en de kosten van de voorziening boven € 10.000,- uitstijgen, moet de inwoner in beginsel omzien naar andere adequate of op goedkopere wijze adequaat te maken woonruimte;
**2..** Zijn de kosten van de gevraagde woonvoorzieningen in totaal lager dan € 10.000,-, dan kan het primaat van verhuizen buiten toepassing blijven indien:
- - de aanpassing redelijkerwijs voor de komende 5 jaren een adequate oplossing is;
- - niet meer grotere aanpassingen te verwachten zijn voor de komende 5 jaren;
- - indien de situatie van de inwoner niet voldoet aan deze voorwaarden dan wordt onderzocht of een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten verstrekt kan worden;
- - indien er een urgent probleem in de woonsituatie is ontstaan, wordt onderzocht of er ter overbrugging maatregelen getroffen dienen te worden tot verhuizing geregeld is.
**3..** Wanneer het primaat van verhuizen wordt toegepast, kan aan de inwoner een voorziening als bedoeld in artikel 20 worden toegekend.
**4..** Bij het toepassen van het primaat tot verhuizen zullen onder andere de volgende aspecten worden meegewogen:
- - financiële consequenties van de verhuizing, zoals een kostenvergelijking en woonlastenconsequenties;
- - termijn waarop een andere, meer passende woning volgens een door het college gesteld programma van eisen beschikbaar komt;
- - aanwezigheid van mantelzorg (o.a. frequentie van mantelzorg (aantal keren per dag of per week) en gevolg van de verhuizing op de reisafstand voor de mantelzorger;
- - gevolg van de verhuizing op het sociaal netwerk;
- - de aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen;
- - de snelheid waarmee het woonprobleem moet en kan worden opgelost;
- - de werksituatie;
- - is de inwoner huurder of eigenaar van de woning;
- - de wil van de inwoner om te verhuizen;
- - volkshuisvestelijke afwegingen.