Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing, als bedoeld in artikel 3.10, intrekken of wijzigen als:

  • - ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
  • - verandering van omstandigheden of inzichten dit naar hun oordeel noodzakelijk maken in het belang van de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
  • - de exploitatie van de winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;
  • - aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
  • - van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarbij gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; of
  • - de houder dit verzoekt.