In de gemeente Brunssum is er sprake van onrechtmatig grondgebruik, ofwel het door particulieren onrechtmatig in bezit nemen van gemeentelijke gronden.
Volgens artikel 160 lid 3 en 4 van de gemeentewet is het onrechtmatig in gebruik nemen niet geoorloofd en is de gemeente verplicht datgene te doen wat nodig is om verjaring of verlies van recht of bezit te voorkomen.
Echter gelet op het aantal door het kadaster geïnventariseerde onrechtmatig in gebruik nemingen en de beschikbare inzet van middelen en ambtelijke capaciteit, moet een afweging gemaakt worden welke gezien tijd en capaciteit hiervan voorrang hebben en/of substantieel van aard zijn.
Met een nader op te stellen plan van aanpak zal duidelijk moeten worden op welke wijze en in welke volgordelijkheid de gemeente het onrechtmatig gebruik van gemeentelijke gronden wil aanpakken, gericht op het verder beperken van het aantal onrechtmatig in gebruik nemingen.
Als uitgangspunt hiervoor geldt dat de grootste percelen voorrang hebben en voor wat betreft de handhaving zal het college zowel privaatrechtelijk als bestuursrechtelijk (op grond van strijdig gebruik met het Omgevingsplan) optreden. Het college beoordeelt per geval of de privaatrechtelijke
of bestuursrechtelijke weg (of beiden) het beste past om het gewenste resultaat te bereiken. Voordat handhavend wordt opgetreden zal het college altijd eerst onderzoeken of legalisatie in de vorm van verkoop mogelijk is. Legalisatie van onrechtmatig grondgebruik in de vorm van het aangaan
van een huurovereenkomst of een bruikleenovereenkomst zal alleen in bijzondere gevallen gebeuren.