Naar hoofdinhoud
1.. Kabels en leidingen inclusief huisaansluitingen, die geen functie meer vervullen in het netwerk, worden verwijderd door en op kosten van de netbeheerder. 2.. Gedeputeerde staten kunnen besluiten dat de in het eerste lid genoemde niet meer in gebruik zijnde kabel of leiding mag blijven liggen of pas hoeft te worden geruimd bij komende reconstructie-werkzaamheden, als uitruiming (grote) nadelige gevolgen of (aanmerkelijk) hogere maatschappelijke kosten meebrengt, onder voorwaarde dat: de vergunning en vergunningvoorwaarden van toepassing blijven; de netbeheerder volledig verantwoordelijk blijft voor de loze kabel of leiding; de netbeheerder bij toekomstige werkzaamheden van de provincie, direct over gaat tot ruiming en de kosten daarvan draagt; de netbeheerder de kosten draagt van extra door de provincie te nemen maatregelen om uit-ruiming te voorkomen; de kabel of leiding geen risico vormt voor het huidige en toekomstige beheer door de provincie of voor de gebruikers van de weg, spoor- of vaarweg; geen negatieve gevolgen zijn te verwachten van de niet meer in gebruik zijnde kabel of leiding, voor het in artikel 3 genoemde oogmerk of voor het omgevingsmilieu; de holle ruimtes in de leidingen of mantelbuizen zodanig worden opgevuld met een materiaal zodat alle risico’s voor de spoorweg-, vaarweg-of wegbeheerder verbonden aan het daarin of daaronder laten liggen van de kabel of leiding worden weggenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel