Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2

Artikel 17

- Spreekrecht burgers

Onderdeel van verordening op de raadscommissies 2010-2014

Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers korte, verhelderende vragen te stellen. De voorzitter of een lid van de commissie doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel