In hoeverre is de toepassing van de betreffende maatregel noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en herstel van de openbare orde? Of kan het doel met een minder ingrijpende maatregel worden bereikt? Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding wordt de noodzaak beoordeeld. De ernst en omvang kan onder andere uit het volgende worden afgeleid:
Het gevaar voor de openbare orde.
De mate van gevaarzetting en de risico’s voor de omgeving, waaronder de aard en omvang van de aangetroffen stoffen en goederen.
Het soort verdovende middelen in samenhang met de hoeveelheid aangetroffen drugs.
Is er sprake van recidive.
De ligging van een woning of lokaal in een voor (drugs)criminaliteit kwetsbare wijk, waarbij een groter gewicht mag worden toegekend aan de signaalfunctie.
De drugshandel of hennepteelt/drugsproductie heeft een professioneel karakter.
Feitelijke handel in/vanuit pand: voor de beoordeling van de ernst en de omvang van de overtreding is mede van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld en of sprake is van een ‘loop’ naar het pand.
Een combinatie van aanwezigheid van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet;
De mate van (ernstige) overlast rondom de locatie.
Overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstige ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.
Tijdsverloop.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Noodzakelijkheid van de maatregel
Onderdeel van Beleid artikel 13b Opiumwet Gemeente Wormerland – 2024