Voor geluid gelden bij diverse situaties overgangsbepalingen, of bepalingen over eerbiedigende werking. Het overgangsrecht is bepaald in de artikelen 4.3, 4.4 en 4.5 van de Invoeringswet Omgevingswet. Een aantal overgangsbepalingen is gericht op het toelaten van functies of activiteiten op een locatie. Deze gelden bij alle instrumenten waarmee functies of activiteiten worden toegelaten, zoals het omgevingsplan, de omgevingsverordening, de omgevingsvergunning BOPA en het projectbesluit.

Hieronder staan een aantal voorbeelden. Let op: het is een niet limitatieve lijst.

Reguliere procedure

Aanvragen reguliere procedure aanvraag omgevingsvergunning Wabo, ingediend vóór 1 januari 2024, worden op basis van het recht voorafgaand aan de Omgevingswet afgehandeld. Voor lopende procedures geldt dus dat deze worden afgerond op basis van het huidige recht, dus beleid dat gold op de datum van indiening van de aanvraag. Het nieuwe recht gaat in die gevallen met betrekking tot de vergunning en daarvoor lopende procedure pas gelden zodra de vergunning is verleend en, als er beroep mogelijk is, de beroepstermijn ongebruikt verstreken is of, als er geen beroep mogelijk is, zodra het besluit van kracht is geworden. Met andere woorden: het huidig recht blijft dan van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.

Uitgebreide procedure

Bij besluiten die worden voorbereid met de uitgebreide procedure zoals een bestemmingsplan of een buitenplanse afwijking Wro, geldt dat het huidig recht van toepassing blijft als het ontwerpbesluit vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.

Geluidaandachtsgebieden Omgevingswet

Gemeentelijke wegen

Bij een gemeentelijke weg is het geluidaandachtsgebied tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip begrenst door vaste afstanden, zoals omschreven in artikel 17.5 van de Omgevingsregeling). Wordt een gemeentelijke weg gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, dan moet het bevoegd gezag voldoen aan de regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat omgevingsplan en aan de beleidsregels Geluid onder de Omgevingswet. De regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat omgevingsplan zijn een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder.

Provinciale weg (nog zonder GPP)

Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de geluidszone van een provinciale weg waarvoor nog geen geluidproductieplafond (GPP) is vastgesteld, geldt de Wgh (als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan). Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’.

De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' Bkl zijn niet van toepassing zolang er nog geen geluidaandachtsgebied is. Wordt een provinciale weg (nog zonder GPP) gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel omgevingsplan, dan gelden de regels voor reconstructie uit de Wgh (als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan).

Industrieterreinen

Voor gezoneerde industrieterreinen blijft de Wgh (en de onderliggende regelgeving) van kracht, tot het moment waarop het bevoegd gezag geluidproductieplafonds als omgevingswaarde vaststelt op grond van de Omgevingswet.

Geluidwering van de gevel

Het beleid ten aanzien van de geluidwering van de gevel geldt niet voor hogere waarde procedures die ten tijde van het vaststellen van dit nieuwe beleid in ontwerp zijn vastgesteld, en waar geen voorwaarden zijn gesteld ten aanzien van het binnenniveau bij transformatie.