Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.
De burgemeester kan voor maximaal één speelautomatenhal een vergunning verlenen.
De burgemeester kan vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van maximaal 120 kansspelautomaten, waaronder een minimum aantal meer spelers van 1 per 100 m2 vloeroppervlakte.
Aan de vergunning verbindt de burgemeester in elk geval het voorschrift dat het de vergunninghouderverboden is personen toegang te verlenen tot die speelautomatenhal:
die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt;
waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.
Het is verboden een speelautomatenhal voor het publiek geopend te hebben zonder dat tenminste één van de op de vergunning vermelde beheerders in de speelautomatenhal aanwezig is.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.