Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Vergunningaanvraag

Onderdeel van Speelautomatenhalverordening Dijk en Waard 2023

1.. De exploitant dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van: een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, de oppervlakte van het bruikbare vloeroppervlak voor speelautomaten, evenals een opstellingsplan(plattegrond) waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welke aantallenkansspelautomaten (singleplayer en meerspeler) en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld, waar de leeftijdscontrole plaatsvindt en de toegangsbewijzen verstrekt worden; een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is of zal zijn over de ruimte te beschikken; een plan waarin de aanvrager van de vergunning aangeeft op welke wijze concreet gokverslaving zal worden voorkomen en bestreden; bescheiden waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid sub a van de wet gestelde eisen; een bewijsstuk waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid sub b van de wet gestelde eis; een verklaring omtrent het gedrag en een fotokopie van een geldig legitimatiebewijs van de exploitant, dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens bij te voegen statuten vertegenwoordigt (vertegenwoordigen) en de beheerder(s); een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten branche organisatie of een bewijs dat voldaan wordt aan de lidmaatschapsvoorwaarden die door de VAN Speelautomaten branche organisatie gesteld worden; een bewijs, waaruit blijkt, dat de exploitant in de eerste periode van twaalf maanden van de exploitatie van de speelautomaten een DEKRA-keurcertificaat verkrijgt; een bewijs waaruit blijkt, dat Brijder Verslavingszorg voornemens is in de eerste periode van drie maanden na afgifte van de vergunning een convenant met exploitant af te sluiten. 2.. De burgemeester stelt ten aanzien van de aanvraag, het indienen daarvan, de gegevens die daarbij overgelegd dienen te worden, de wijze van behandeling van de aanvraag en de toetsing daarvan aan de bepalingen van de verordening nadere regels. 3.. Indien de vergunningaanvraag niet voldoet aan de in de voorgaande leden gestelde eisen, wordt de aanvrager van de vergunning in de gelegenheid gesteld binnen twee weken, nadat hem dat is meegedeeld, de aanvraag aan te vullen of te verbeteren. 4.. Indien de aanvrager van de vergunning van de in het vorige lid bedoelde gelegenheid geen gebruik maakt, kan de burgemeester de aanvraag buiten behandeling stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel