In dit artikel wordt beschreven op welke wijze in vervangende parkeerruimte kan worden voorzien voor de resterende op te lossen parkeereis binnen parkeervergunninggebieden, wanneer de aanvrager niet of in onvoldoende mate kan voldoen aan de parkeereis op eigen terrein. Als de aanvraag een ontwikkeling betreft die binnen vergunninggebieden is gelegen, is het volgende in de beschreven volgorde van toepassing (eerst geldt wat onder a is beschreven, als dat niet van toepassing is, wat onder b beschreven is, etc.).
- - De aanvrager heeft vervangende private parkeerruimte beschikbaar. Hierbij geldt:
- - als vervangende parkeerruimte wordt gezien een parkeergelegenheid die gelegen is op een kortere loopafstand dan de loopafstand tot de meest dichtbij gelegen grens van het reguleringsgebied en voldoet aan de acceptabele loopafstand uit de tabel in Bijlage 2, waarbij de loopafstand via logische looproutes wordt gemeten;
- - de parkeerplaatsen bereikbaar moeten zijn op een verkeersveilige wijze;
- - de vervangende parkeerruimte voldoende is om de resterende parkeereis op te kunnen lossen en op de voor de functie juiste momenten beschikbaar is;
- - de afmetingen van de parkeerplaatsen dienen te voldoen aan de richtlijnen in de vigerende NEN 2443;
- - de aanvrager de gebruikers attent maakt op de parkeerplaatsen.
- - De aanvrager bij de omgevingsvergunningaanvraag moet aangeven (met bijvoorbeeld een parkeerovereenkomst/de gemeentelijke Driepartijenovereenkomst) hoe hij het vereiste aantal parkeerplaatsen beschikbaar stelt. In de omgevingsvergunning kunnen nadere voorwaarden gesteld worden aan het beschikbaar en bereikbaar zijn en in stand houden van de parkeervoorzieningen.De aanvrager maakt gebruik van vervangende parkeerruimte in het openbaar gebied. Hierbij geldt:
- - bestaande plaatsen als vervangende parkeerruimte kunnen worden ingezet, zolang de bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen in een gebied, gelegen binnen de vastgestelde acceptabele loopafstanden met een maximum van 250 meter, op de voor de functie noodzakelijke momenten na het verlenen van de omgevingsvergunning niet boven de 80% komt. Voor de berekening hiervan wordt op kosten van de aanvrager door de gemeente een parkeeronderzoek uitgevoerd op het maatgevend moment van de functie;
- - als er meerdere aanvragen in de directe omgeving van elkaar tegelijkertijd beoordeeld moeten worden, worden deze in volgorde van binnenkomst afgehandeld tot eventueel een maximale bezettingsgraad van 80% bereikt is;
- - parkeerplaatsen, die door de aanvrager in de openbare ruimte zijn aangelegd, altijd een openbaar karakter krijgen en behouden, zonder enige verwijzing naar de betreffende functie.
- - De aanvrager legt extra parkeerruimte in het openbaar gebied aan. Hierbij geldt:
- - de afmetingen van de parkeerplaatsen dienen te voldoen aan de richtlijnen van de ASVV;
- - de parkeerplaatsen bereikbaar moeten zijn op een verkeersveilige wijze;
- - de nieuwe parkeerplaatsen altijd een openbaar karakter krijgen en behouden, zonder enige verwijzing naar de betreffende functie;
- - nieuwe parkeerplaatsen door de aanvrager aangelegd worden. Bij het vervallen van de functie blijven de plaatsen behouden, zonder dat daarbij de aanvrager recht heeft op een financiële vergoeding.
- - Als de aanvrager niet kan voorzien in voldoende parkeerruimte op één van de bovengenoemde wijzen, wordt op verzoek besloten of ontheffing verleend wordt van de parkeereis. In dat geval is een financiële vergoeding vereist. Die vergoeding is gebaseerd op reële stichtingskosten van de te compenseren parkeerplaatsen, waarbij de omvang, locatie en realisatietermijn bekend dienen te zijn. Er wordt een parkeerovereenkomst tussen de aanvrager en de gemeente opgesteld, waarin de nadere afspraken over de te compenseren parkeerplaatsen zijn beschreven.
- - Als de aanvrager niet voorziet in voldoende vervangende parkeervoorzieningen voor de betreffende functie, of als het college van burgemeester en wethouders negatief beslist voor de onder a t/m d beschreven situaties, wordt de aanvraag afgewezen.