Allereerst wordt teruggeblikt op de verbeterpunten van de afgelopen beleidsperiode. Vervolgens wordt vooruitgekeken en beschreven welke juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen van invloed zijn op de VTH-werkzaamheden.
De evaluatie van ons vorige VTH-beleidsplan
Ons vorige beleidsplan voor de fysieke leefomgeving had een looptijd van 2020 tot en met 2023. Het beleid omvatte het kader voor de invullingen van de gemeentelijke taken op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving in brede zin. Net als in dit nieuwe VTH-beleidsplan werd ook in het Uitvoeringsbeleid VTH 2020-2023 gebruik gemaakt van de “BIG 8”. Verder richtte ook dit beleid zich op de keuzes die het college van B&W maakt over de uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van de regels voor de fysieke (leef)omgeving. Het betrof hier de VTH-taken op basis van de Wabo en de aangehaakte omgevingsvergunningen in lokale verordeningen en op basis van de regels die de gemeente zelf stelt. In dit plan golden verschillende uitgangspunten van het zorgen voor een veilige, leefbare en duurzame gemeente waar het prettig is om te wonen, tot het hebben van een voorbeeldfunctie en vangnetfunctie. Deze uitgangspunten zijn onder de Ow niet anders dan onder de Wabo.
In het kader van het Interbestuurlijk Toezicht door de provincie en het feit dat het beleid afloopt aan het einde van 2023 zijn we verplicht om nieuw beleid op te stellen. We hebben hierbij de evaluatie uit het Jaarverslag VTH 2022 betrokken en de verbeterpunten opgenomen. Sowieso wordt ons beleid jaarlijks via het Jaarverslag geëvalueerd en eventueel door middel van het Uitvoeringsprogramma bijgestuurd.
Zoals hierboven aangegeven vindt de evaluatie middels het Jaarverslag plaats. Hierin wordt geëvalueerd of de, in het Uitvoeringsprogramma VTH opgenomen, taken van het betreffende jaar zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen zoals deze zijn vastgesteld in het onderliggende VTH-beleid.
Naar aanleiding van de voorgaande evaluaties en de uitkomsten hiervan zijn de volgende verbeterpunten geformuleerd:
De taken op het gebied van brandveiligheid worden verricht door de VRBZO. Daarmee gepaarde taken zijn uitbesteed aan de constructeur, de bodemadviseur en de brandweeradviseur. De werkvoorraad op dit gebied is voor de gemeente Cranendonck immers te klein om specialisten in vaste dienst te nemen;
de gemeenten die deel uitmaken van de GRS zijn voornemens om de samenwerking verder te intensiveren;
de deskundigheidsgebieden van de fysische aspecten van de gebouwde ruimte, van gebouwconstructies en installaties. Maar ook constructieve veiligheid, stedenbouw, inrichting openbare ruimte, exploitatie en planeconomie zijn belegd bij een dergelijke marktpartij;
de volgende deskundigheidsgebieden zijn belegd bij de Odzob:
vergunningverlening, toezicht en handhaving
milieu;
sloop en asbest;
(afval)water;
advisering, toezicht en handhaving
bodem;
groene wetten;
bouwakoestiek;
geluid;
advisering
externe veiligheid;
luchtkwaliteit;
welzijn;
infrastructuur;
toezicht en handhaving
ketentoezicht;
buitengewone opsporing milieu;
bouwstof.
het deskundigheidgebied brandveiligheid is belegd bij de VRBZO;
bij de afwezigheid van collega’s of bij een toename van het aantal aanvragen (vergunningen of verzoeken om handhaving) kan waar nodig extra capaciteit worden ingehuurd.
Deze verbeterpunten zijn meegenomen in de ontwikkeling van dit beleid.
Juridische ontwikkelingen
De inwerkingtreding van de Ow en de Wkb vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten stellen ons tot uitdagingen op het gebied van werkprocessen, een andere manier van werken en financiën. Te denken valt aan het wegvallen van de bouwkundige toetsing, verschuiving van werkzaamheden naar het voortraject en participatie. Daarnaast speelt ook de Wet Bibob een belangrijke rol in onze werkwijzen. Door een toetsing aan de Wet Bibob kan bij zowel aanvragen omgevingsvergunningen, als bij aanvragen van vergunningen op grond van de “Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Cranendonck” (verder: APV) en bijzondere wetten worden gecontroleerd of de aanvragers niet betrokken zijn bij criminele activiteiten. Verder is het ook belangrijk dat er aandacht is voor de stikstofproblematiek. Cranendonck is omringd door Natura 2000-gebieden. De meeste jurisprudentie op dit onderwerp heeft rechtstreeks gevolgen voor Cranendonck.
Maatschappelijke/ruimtelijke ontwikkelingen
Als gemeente krijgen wij te maken met een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaatverandering en klimaatadaptatie, de stikstofproblematiek en de woningbouwopgave.
In de onze gemeente hebben we 6 kernen met daarnaast het AZC en de opvanglocaties. Ook aan het AZC en de opvanglocaties wordt aandacht besteed. De VTH-werkzaamheden worden daardoor complexer en daarmee wellicht ook belangrijker. Door deze ontwikkelingen staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. De gemeente is zich hiervan bewust en probeert door middel van dit VTH-beleid hierop in te spelen.
Organisatorische ontwikkelingen
Binnen de onze gemeente hebben zich verschillende organisatorische ontwikkelingen voorgedaan. Te beginnen met ontwikkelingen rondom digitalisering. Er is geleerd hybride te werken, mede gezien coronamaatregelen. In het kader van hybride werken wordt er veel gebruik gemaakt van Microsoft Teams, zowel intern als extern.
Daarnaast is er het een en ander gewijzigd in de afdelingen. De eerdere afdelingen, te weten Leefomgeving en Burgers & Bedrijven, zijn gewijzigd. Team Omgeving & Veiligheid ziet nu toe op VTH. Hierbinnen vallen vergunningen (zowel onder de Ow als onder de APV en bijzondere wetten), toezicht en handhaving, veiligheid en ruimtelijke ordening. Binnen dit team wordt in zijn algemeenheid nauw met elkaar samengewerkt. Daar waar de situatie vraagt om met een andere discipline samen te werken is dit mogelijk. Wat betreft het contact tussen vergunningen, toezicht en handhaving is dit vooral erg nauw in het kader van bouwcontroles en controles in strijd met de ruimtelijke ordening, gelet op eventuele legalisatietrajecten. Ook op het moment dat er overtredingen zijn inzake bouwactiviteiten en strijdigheden met de ruimtelijke ordening is het contact tussen vergunning, toezicht en handhaving.
Het contact tussen APV/bijzondere wetten en toezicht en handhaving is vooral erg nauw met betrekking tot evenementen.
Ook is dit een integraal VTH-beleidsplan, waar de VTH-taken vanuit de Ow in meegenomen worden. Dit vraagt om een integrale blik op de fysieke leefomgeving. Al deze ontwikkelingen zijn van invloed op de doelstellingen die voor de komende periode worden gesteld. In hoofdstuk 2 wordt hier nader op ingegaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2.
Ontwikkelingen
Onderdeel van VTH-beleidsplan (2024-2027) gemeente Cranendonck