De ontwikkelingen, zoals opgenomen in de vorige paragraaf, zijn alle van invloed op de organisatie. In deze paragraaf richten we ons specifiek op de te verwachten ontwikkelingen die direct invloed hebben op de VTH-werkzaamheden.
De impact van de juridische ontwikkelingen
De inwerkingtreding van de Ow en de Wkb, beide juridische ontwikkelingen, heeft een impact op de VTH-werkzaamheden. Deze impact wordt hieronder nader toegelicht.
Ow
De impact van de Ow voor de VTH-werkzaamheden is o.a.:
de vergunning van rechtswege vervalt;
de behandeltermijn van de meeste vergunningen is nog maar 8 weken. Zelfs bij een bindend advies van de gemeenteraad geldt, in de meeste gevallen, een termijn van 8 weken;
het uiteindelijke omgevingsplan (hierna: Op) (vast te stellen voor eind 2031) vraagt waarschijnlijk participatie en afweging bij de planvorming;
door participatie bij OPA’s en BOPA’s wordt er nog meer maatwerk gevraagd bij vergunningverlening. Hierdoor wordt de afweging en motivering nog belangrijker dan in het verleden;
gedrag- en cultuurverandering, dit mede ingegeven door de uitgebreidere participatie bij de besluitvorming bij zowel het Op als in de vergunningsprocedure. Dit vraagt een andere manier van denken en werken van de ambtelijke organisatie. Deze is in het verleden al binnen onze gemeente ingezet, maar wordt nu actief gevraagd van de onze organisatie.
Het denken van “nee, tenzij”, naar “ja, mits”, zal in de toekomst worden voortgezet;
transparantie van informatievoorziening, omdat alle digitale informatie op één plek te vinden is.
Het huidige juridische instrumentarium voor toezicht en handhaving blijft hetzelfde onder de Ow. Door de komst van de Wkb verandert er voor toezicht en handhaving wel het een en ander qua inhoud van het werk. Verderop in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de Wkb.
Doordat de vergunning van rechtswege vervalt onder de Ow is het mogelijk dat wij in gebreke
wordt gesteld en hierdoor te maken krijgt met de Wet dwangsom en beroep. Bij niet tijdig beslissen kan immers op grond van artikel 4:17 in samenhang met artikel 6:2 Algemene wet bestuursrecht (lees verder: Awb) beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Bij deze ingebrekestelling kan
worden aangegeven dat een dwangsom wordt verbeurd als binnen 14 dagen nog geen besluit is genomen. Gelijktijdig met het oplopen van de dwangsom kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank om daar het nemen van een besluit af te dwingen.
Daarnaast introduceert de Ow een aantal kerninstrumenten (in de tabel hieronder zijn de kerninstrumenten en de toepassing voor gemeenten weergeven1Iplo – ‘De 6 kerninstrumenten van de Omgevingswet’.). De exacte invulling en consequenties van deze kerninstrumenten worden de komende jaren duidelijk en dan krijgt VTH een nadrukkelijke rol in de monitoring en evaluatie hiervan. Ook nadat de kerninstrumenten zijn ontwikkeld, blijven het dus dynamische documenten, waarin uitvoering en visie- en planvorming constant met elkaar in gesprek zijn om de kerninstrumenten op een passende manier in te zetten.
Kerninstrument
Gemeente
Omgevingsvisie
Gemeentelijke omgevingsvisie
Programma
Actieplannen en overige programma's
(vrijwillige en verplichte programma's
Decentrale regels
Omgevingsplan
Algemene rijksregels
Niet van toepassing
Omgevingsvergunning
Omgevingsvergunning
Projectbesluit
Niet van toepassing
Figuur 2 kerninstrumenten Ow (bron: Iplo)
Wkb
Het doel van de Wkb is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument. De wet gaat in per 1 januari 2024 voor bouwwerken in gevolgklasse 1 en geldt in eerste instantie voor grondgebonden woningen, kleine bedrijfspanden en kleine infrastructurele werken. Voor verbouwingen zal deze wet gelden vanaf 1 januari 2025. De aanvragen die worden ingediend voor gevolgklasse 1 zal door ons alleen juridisch worden getoetst. De technische toets zal worden uitgevoerd door een externe kwaliteitsborger. In de praktijk zal dit betekenen dat het technisch toetsen van bouwplannen en het toezicht houden tijdens bouwprojecten in veel gevallen door een marktpartij wordt uitgevoerd. De Wkb heeft dus gevolgen voor de werkvoorraad van vergunningverlening en toezicht voor activiteiten waar een bouwtechnische toets nodig is.
Uiteraard betekent de Wkb niet alleen het verdwijnen van taken, maar er komen ook nieuwe (administratieve) taken bij.
Gedurende deze beleidsperiode zal extra aandacht worden besteed aan het monitoren van deze veranderingen. Indien uit de monitoring blijkt dat het beleid, de werkwijzen en/of werkafspraken niet meer aansluit(en) bij de praktijk zal dit tussentijds worden aangepast. Op dit moment is de impact van de Wkb nog erg onduidelijk. Wat duidelijk is, is dat de technische toets van de externe partijen gemonitord dienen te worden. Ook als tijdens de bouw door de marktpartij afwijkingen worden geconstateerd zullen wij als gemeente daarop moeten acteren. Hoeveel werk dat zal gaan opleveren en, of onze processen aangepast moeten worden, zal het komend jaar duidelijk worden.
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (verder: Wet Bibob)
De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument dat kan worden ingezet als er ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt. De bevoegde overheidsinstantie kan de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Bovendien wordt de concurrentiepositie van betrouwbare ondernemers beschermd. De overheidsinstantie kan, om de mate van gevaar te bepalen, advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (hierna: LBB).
Op 1 oktober 2022 is de gewijzigde Wet Bibob (tweede tranche) (verder: de gewijzigde Wet Bibob) in werking getreden. De wetswijziging van de Wet Bibob tweede tranche (verder: de wetswijziging) is een vervolg op de wetswijziging Wet Bibob. Het wetsvoorstel leidt onder andere tot een verruiming van de bevoegdheden tot informatiedeling tussen het LBB en tussen overheden onderling. Zo wordt er een tipfunctie tussen overheden onderling geregeld en kunnen overheden via het nieuwe Bibob-register bij het LBB navragen of eerder een gevaar is gesignaleerd over personen die betrokken zijn bij een vergunning, subsidie, overheidsopdracht of vastgoedtransactie. Overheden krijgen zelf ook toegang tot dit register om hun eigen gevaarsconclusie te registeren.
Verder leidt de gewijzigde Wet Bibob tot een uitbreiding van het toepassingsbereik van de Wet Bibob, bijvoorbeeld op het gebied van vastgoedtransacties en aanbestedingen.
De “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Cranendonck” wordt volgend jaar herzien na invoering van de Ow en Wkb. De herziening vindt plaats in Dommelstroom-verband om gelijk op te trekken en Bibob in de regio gelijk toe te passen.
Stikstof
Stikstof is een kleur- en reukloos gas dat op zichzelf niet gevaarlijk is. Echter, door verbindingen met andere gassen ontstaan stikstofemissies die schadelijk kunnen zijn voor mens en natuur. De stikstofuitstoot is met name een probleem in de Natura 2000-gebieden, omdat we deze gebieden willen beschermen en stikstof in veel gevallen niet goed voor de natuur is. Dit zijn gebieden die moeten voldoen aan Europese richtlijnen om zo de biodiversiteit te waarborgen. Rondom Cranendonck liggen 3 Natura 2000-gebieden.
De regelgeving met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, vanaf 2024 wordt ook deze wet opgenomen in de Ow. De provincie is het bevoegd gezag op het gebied van de Wet natuurbescherming. Dit wil zeggen dat zij vergunningsaanvragen voor natuurvergunningen behandelt en toeziet op naleving van deze wet. Desondanks heeft de stikstofproblematiek ook gevolgen voor de vergunningverlening bij de gemeente.
Stikstofemissie door concrete projecten onder de Ow zal zijn invloed doen gelden via het vergunningenstelsel van artikel 5.1 lid 1 Ow. Als een bouwproject afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is daarvoor, naast een omgevingsvergunning voor de OPA bouwen (artikel 5.1 lid 1 sub a Ow) en een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit zelf, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig.
Degene die bouw- en sloopwerkzaamheden verricht, moet altijd adequate maatregelen treffen (zoals werktuigen minder stationair laten draaien) om de stikstofemissie te beperken (artikel 7.19a, Besluit bouwwerken leefomgeving (verder: Bbl). Dat geldt alleen voor een van de volgende gevallen:
voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig;
voor het bouwen is een bouwmelding nodig;
voor het slopen is een melding nodig omdat er meer dan 10 m3 aan afval vrijkomt.
Informatie over maatregelen die de stikstofemissie beperken, moet naar het bevoegd gezag worden toegestuurd.
In dit verband is nadrukkelijk niet vereist om voor de gemeente inzichtelijk te maken hoe een individueel bouwproject voor depositie zorgt op een specifiek Natura 2000-gebied. Er hoeft in dit verband dus geen locatiespecifieke stikstofberekening te worden toegezonden. De gemeente beoordeelt na de ontvangst van een melding of een vergunningaanvraag of er adequate maatregelen worden getroffen om de stikstofemissie te beperken. Als dat niet het geval is, kan handhavend worden opgetreden of kunnen in twijfelsituaties maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften worden gesteld.
De technische vergunning voor de bouwactiviteit (artikel 5.1 lid 2 Ow) ziet op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en de duurzaamheid en bruikbaarheid van het bouwwerk (artikel 5.20 Ow). Het ligt niet voor de hand dat stikstof op deze aspecten een (grote) rol zal spelen.
Tot slot
De Ow brengt veel veranderingen met zich, maar dat geldt niet voor de invloed van stikstof op het verlenen van vergunningen voor bouwprojecten. Het beschermingsniveau van Natura 2000- gebieden onder de Ow wijzigt niet. Dat betekent dat het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor een bouwproject onder de Ow niet moeilijker of makkelijker wordt. Het proces wordt alleen anders. In ieder geval blijft bouwen en stikstof ook onder de Ow een ongemakkelijke combinatie.
Daarnaast zorgt de stikstofproblematiek voor langere trajecten bij met name agrarische vergunningverlening. Jurisprudentie volgt elkaar snel op waardoor ondernemers hun aanvragen tussentijds aanpassen. Om de stikstofproblematiek aan te pakken heeft het Rijk verschillende beëindigingsregelingen voor veehouderijen opengesteld. Indien veehouderijen uit Cranendonck zich aanmelden voor deze regelingen zorgt dit voor een toename van het aantal intrekkingsverzoeken, controles, sloopmeldingen en mogelijk nieuwe vergunningen.