6.2.1.Binnenkomst
Vanuit het DSO worden de vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Ow ontvangen. Het VTH-systeem is gekoppeld aan het DSO. Via de samenwerkingsmodule kunnen wij bij aanvragen (waarvoor bijvoorbeeld advies of advies met instemming nodig is) samenwerken met ketenpartners.
Voor de Ow zijn de volgende soorten verzoeken vastgesteld:
Aanvraag vergunning;
aanvraag omgevingsoverleg;
melding;
informatie;
informatie ongewoon voorval;
aanvraag maatwerkvoorschrift;
aanvraag gelijkwaardige maatregel; en
aanvraag toestemming gelijkwaardige maatregel. Voor zover het niet wettelijk voorgeschreven is, kan de gemeente zelf vragen en aanvraagvereisten bepalen/aanpassen middels toepasbare regels in het DSO. Dit geeft ook de mogelijkheid om de suggestie tot een conceptaanvraag eerder in het proces onder de aandacht te brengen zodat initiatiefnemers vaker voor deze optie kiezen.
6.2.2. Registratie
Alle werkzaamheden worden geregistreerd in Powerbrowser waarbij een directe link is met het zaaksysteem Exxellence waar zaken worden opgeslagen en gearchiveerd.
6.2.3. Verkennen Initiatief
Voor de initiatiefnemer bestaat de mogelijkheid om het verkennen van een initiatief in te dienen. Hiermee wordt, voordat er een vergunning wordt aangevraagd, nagegaan of de plannen wenselijk en/of haalbaar zijn. De wenselijkheid en/of haalbaarheid wordt getoetst tijdens “verkennen initiatief”.
6.2.4. Conceptaanvraag
Binnen onze gemeente kennen we ook nog een conceptaanvraag. Dit wordt zelfs gestimuleerd om zo in het kader van preventie, te zorgen voor een volledige en passende aanvraag voor een omgevingsvergunning. Bij een conceptaanvraag wordt de volledigheid van de aanvraag getoetst.
Op het moment dat een conceptaanvraag past binnen het beleid, kan de initiatiefnemer een definitieve aanvraag voor een omgevingsvergunning indienen. Grootschalige plannen die niet passen binnen het Op worden voorgelegd aan de intaketafel. De nog complexere plannen zullen worden voorgelegd aan een “regionale omgevingstafel”. Wanneer er een positief advies van de intaketafel komt, is in gevallen die niet passen binnen het Op een wijziging van het Op nodig of er kan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplan (zowel OPA als BOPA) worden aangevraagd.
6.2.5. Procedure/termijnen
Nadat een initiatiefnemer de volledige aanvraag heeft ingediend, geldt een termijn van 8 weken voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag. Dit betreft geen fatale termijn, maar een termijn van orde. Voor de gemeente bestaat de mogelijkheid om de procedure te verlengen met 6 tot 14 weken. Dit geldt ook wanneer de initiatiefnemer meerder activiteiten in één keer indient, oftewel een meervoudige aanvraag. In principe geldt ook dan de standaardprocedure van 8 weken (tenzij er kan worden gesproken van een uitzondering zoals hieronder uiteengezet). De activiteit met de zwaarste procedure bepaalt bij een meervoudige aanvraag welke procedure de gemeente dient toe te passen.
Op het moment dat een aanvraag niet compleet is, kunnen wij een verzoek om aanvulling doen. Hierbij wordt de termijn van de behandeling op grond van de Awb stilgelegd, totdat de aanvullingen volledig zijn ingediend. Hieronder is beschreven wanneer de gemeenteraad een advies van instemming moet verlenen. Dit is een uitgebreide lijst, dus voor de meeste afwijkingen is een advies van instemming nodig.
Na het doorlopen van de procedure of het verlopen van de termijn wordt er een besluit genomen op de ingediende aanvraag. Tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb staan rechtsmiddelen open.
De uitgebreide procedure
In sommige gevallen kan in een uitgebreide procedure een termijn van 6 maanden van toepassing zijn, in plaats van de hiervoor gestelde 8 weken. Hier is sprake van in een van de drie hieronder aangegeven gevallen:
De gevallen uit artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit (verder: Ob) waarvoor altijd een uitgebreide procedure van toepassing is;
het college van B&W kan een uitgebreide procedure van toepassing verklaren op het moment dat daar gegronde redenen voor zijn (artikel 16.65 lid 4 van de Ow). In dit artikel wordt toegelicht dat het bevoegd gezag dit kan bepalen als:
Het een activiteit betreft die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; en
waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. In dat geval stelt het college, voorafgaand aan het nemen van het besluit, de aanvrager in de gelegenheid om zienswijze daarover naar voren te brengen. Het college kan beleid opstellen waarin zij activiteiten benoemd waarvoor zij de uitgebreide procedure willen toepassen.
De aanvrager kan zelf verzoeken om of instemmen met de uitgebreide procedure.
Verplichte participatie
In de Omgevingsregeling (verder: Or) is opgenomen dat participatie een motiveringsverplichting is bij een aanvraag van een omgevingsvergunning. Bij een aanvraag omgevingsvergunning moet aangegeven zijn of, en zo ja op welke wijze, invulling is gegeven aan participatie. Middels participatie kan inzicht in de belangen van omwonenden en belanghebbenden worden gegeven. Daarnaast moet goed beargumenteerd worden waarom er meer dan de aanvraagvereisten uit de Or nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer ambtshalve de uitgebreide procedure van toepassing is verklaard omdat de belangen niet goed in beeld zijn.
In de meeste gevallen is participatie niet verplicht. De gemeenteraad kan echter, op grond van artikel 16.55 lid 7 Ow, gevallen aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden wel verplicht is, voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA kan worden ingediend. De gemeenteraad heeft het “Participatiebeleid Omgevingswet, gemeente Cranendonck 2023” (verder: participatiebeleid) vastgesteld waarin wordt ingegaan op de wijze waarop binnen de gemeente als overheid zijnde omgaat met participatie.
Advies van de gemeenteraad aan het college van B&W
De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om zichzelf middels een raadsbesluit als adviseur aan te wijzen voor omgevingsvergunningen voor bepaalde gevallen van BOPA’s, waarvoor het college bevoegd gezag is. Zie artikel 16.15a, aanhef en onder b van de Ow. Er zijn veel verschillende varianten mogelijk van het aanwijzen van gevallen waarin advies verplicht is. De gemeenteraad heeft een lijst met dergelijke BOPA’s vastgesteld waarvoor het college het bevoegd gezag is. Dit is momenteel een zeer uitgebreide lijst waardoor voor veel BOPA’s een advies van de gemeenteraad nodig is. Deze lijst is vastgesteld tijdens de raadsvergadering van 25 april 2023 (collegevoorstel d.d. 14 maart 2023).
De gemeenteraad dient om advies te worden gevraagd voor de onderstaande lijst met activiteiten voor een BOPA:
het binnen stedelijk gebied toevoegen van meer dan 3 woningen en/of onzelfstandige wooneenheden;
het toevoegen van meer dan 2 woningen en/of onzelfstandige wooneenheden buiten stedelijk gebied;
plannen die afzonderlijk het aantal woningen of wooneenheden onder 1 en 2 niet overstijgen, doch die, gelet op de aard en/of bestemming en/of afstand tot elkaar, in zodanige samenhang c.q. verbondenheid met elkaar gezien moeten worden dat, zouden zij gezamenlijk zijn ingediend, de onder 1 of 2 genoemde norm zouden overstijgen.
de realisatie van een permanente huisvestingslocatie (geclusterde huisvesting) voor meer dan 30 personen op één locatie;
het huisvesten van arbeidsmigranten en kwetsbare groepen in recreatieve voorzieningen met meer dan 20% van de standplaatsen;
de vestiging, uitbreiding van of het omzetten naar een intensieve veehouderij;
het realiseren van ontwikkelingen buiten stedelijk gebied, die gelegen zijn buiten bestaande bouw- en bestemmingsvlakken;
het uitbreiden van bestaande en het realiseren van nieuwe, grootschalige (dag- en verblijfs-) recreatiebedrijven en -terreinen in het buitengebied groter dan 0,5 hectare, zoals het oprichten van campings, hotels, golfbanen, vakantie- en recreatieparken;
het uitbreiden van bestaande en het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen;
het uitbreiden of wijzigen van bestaande en het realiseren van nieuwe grootschalige maatschappelijke voorzieningen met een oppervlakte groter dan 1.000m2; zoals scholen, religieuze voorzieningen, multifunctionele accommodaties (waaronder gemeenschapshuizen) en gezondheidscentra;
het uitbreiden van bestaande en het realiseren van nieuwe sportvoorzieningen met een oppervlakte van meer dan 1.000m2, zoals sportparken, sporthallen en zwembaden;
het realiseren van een antenne installatie met een hoogte van meer dan 10m;
het aanleggen van zonneweides met een oppervlakte van meer dan 1.000m2;
het realiseren van één of meerdere windturbine(s);
het wijzigen/uitbreiden van bestaande en het realiseren van nieuwe opvangvoorzieningen voor asielzoekers en/of vluchtelingen en/of statushouders;
overige onvoorziene ontwikkelingen die naar verwachting van het college politie of maatschappelijk gevoelig zijn.
In afwijking van hetgeen bepaald in voorgaand lijst hoeft de gemeenteraad niet om advies te worden gevraagd als:
op voorhand duidelijk is dat de aanvraag om omgevingsvergunning op andere gronden dan strijd met het omgevingsplan geweigerd moet worden;
de aanvraag om omgevingsvergunning past binnen een door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie, projectonderbouwing, kavelpaspoort of daarmee gelijk te stellen document;
de aanvraag om omgevingsvergunning past binnen een, in het tijdelijk deel van het omgevingsplan opgenomen, wijzigingsbevoegdheid.
Bij enkelvoudige aanvragen geldt het voorgaande niet, het bevoegd gezag (de gemeente) beslist dan zelf op de enkelvoudige aanvraag. Dat betekent niet dat afstemming en samenwerking met andere bestuursorganen wordt uitgesloten.
6.2.6. Advies en instemming
De gevallen waarvoor advies en/of instemming benodigd zijn, zijn uiteengezet in afdeling 4.2 van het Ob.
Advies
De Ow en het Ob schrijven voor dat het bevoegd gezag in bepaalde gevallen om advies moet vragen voor het beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. Daarnaast kunnen overheden de verplichting om advies te vragen opnemen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening. Het ontvangen advies dient meegenomen te worden in het uiteindelijke besluit. Er kan van dit advies worden afgeweken, mits dit zorgvuldig wordt gemotiveerd.
Instemming
Soms is er voor het nemen van een besluit instemming nodig van het adviesorgaan. Het gegeven advies moet worden beschreven in het conceptbesluit. Het adviesorgaan moet vervolgens instemmen met het concept besluit. Pas daarna kan de omgevingsvergunning in het definitieve besluit worden verleend. De instemming kan alleen worden gegeven of geweigerd op dezelfde gronden als op basis waarvan een vergunningverlener dit mag doen.
Advies van een ander bevoegd gezag
Bij meervoudige aanvragen kan sprake zijn van magneetactiviteiten. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en zijn bepalend voor welke bestuursorgaan bevoegd gezag is. Het gaat om de situatie waarbij één van die activiteiten niet bij de gemeente kan worden neergelegd. De andere activiteiten in de vergunningaanvraag gaan dan mee naar het andere bevoegde gezag (de provincie of het Rijk). Bij activiteiten waarvoor de provincie of het rijk bevoegd gezag is, wordt het college van B&W om advies gevraagd. Bij meervoudige aanvragen kan het college van burgemeester en wethouders dus om advies met instemming (art. 4.10 Ob) worden gevraagd. Het college krijgt hiervoor een voorgenomen beslissing toegestuurd (ontwerpbesluit) en moet daarover binnen 4 weken een advies geven.
Een voorbeeld is de IPPC- installatie, een milieubelastende activiteit. Vanwege de complexiteit en de gemeentegrensoverschrijdende milieueffecten zijn Gedeputeerde Staten (GS) bevoegd gezag. Wanneer bijvoorbeeld een aanvraag wordt ingediend voor een IPPC-installatie, waarvoor GS bevoegd gezag zijn, in combinatie met een bouwactiviteit, waarvoor het college bevoegd gezag zijn, trekt de IPPC-installatie als een magneet de bouwactiviteit naar zich toe en zijn GS bevoegd gezag voor de gehele aanvraag.8 Omgevingswet VTH 55, ‘Wat is een magneetactiviteit’, Mr. dr. J.H.G. van den Broek.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2.
Werkwijze Ow vergunningen
Onderdeel van VTH-beleidsplan (2024-2027) gemeente Cranendonck