6.3.1.Algemene Maatregel(en) van Bestuur (AMvB)
De belangrijkste beoordelingskaders van de Ow voor het verlenen van vergunningen en het afhandelen van meldingen zijn de volgende AMvB’s: Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Toepassingsbereik
Het Bbl bevat samen met het Bal, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Het Bkl is daarentegen meer gericht op de regels waar de overheid zich aan dient te houden om een veilige en gezonde leefomgeving te kunnen garanderen. Het Ob bevat regels voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving (burgers, bedrijven en overheid). Het gaat om regels over het bevoegd gezag voor vergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering. Het Ob bevat dus geen beoordelingscriteria voor vergunningverlening.
Figuur 6 de 4 AMvB’s van de Ow (bron: Staatsblad 2018, 290)
Bbl
Het Bouwbesluit wordt door de inwerkingtreding van de Ow vervangen door het Bbl.
In het Bbl zijn technische bouwvoorschriften opgenomen. Het Bbl bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Daarnaast bevat het Bbl ook regels over asbestverwijdering en mobiel puinbreken.
Bovendien staat in het Bbl aangegeven of voor de bouwactiviteit een vergunningplicht of meldingsplicht noodzakelijk is of dat deze vergunningvrij zijn. De Wkb wijst kwaliteitsborgers aan die de bouwtechnische beoordeling van een bouwwerk toetsen aan het Bbl. Hiermee wordt het deel van de bouwtechnische beoordeling (in de eerste fase van de Wkb gedeeltelijk) ondergebracht bij private kwaliteitsborgers. De hoofdstukken van het Bbl zijn gegroepeerd rondom een bepaalde activiteit. Verder geven deze hoofdstukken eisen betreffende algemene bepalingen, bestaande bouw, nieuwbouw, verbouw, verplaatsing en functiewijziging, gebruik, en bouw- en sloopwerkzaamheden. De onderwerpen veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en bouwwerkinstallaties, zijn voor zover van toepassing, als afdelingen terug te vinden.
Verder neemt het Bbl ook nieuwe maatwerkregels met zich mee, zoals BENG9De BENG-eisen gelden voor de thermische isolatie, de luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. BENG staat hierbij voor “Bijna Energieneutrale Gebouwen”., milieuprestatie (MPG10Er wenst te worden opgemerkt dat de gemeente Cranendonck dit al heeft geïmplementeerd in de huidige werkwijze.) en bruikbaarheid. Binnen onze gemeenten werken we nu ook al met maatwerkvoorschriften om een goede kwaliteit van de leefomgeving na te streven. Gemeenten mogen straks in het Op voor aan te wijzen gebieden hogere eisen stellen aan energie- en milieuprestatie dan het Bbl voorschrijft. Verder worden bestaande instrumenten omgezet in maatwerkvoorschriften, zoals bij de melding brandveilig gebruik, aanschrijving bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid. Bovendien komen er specifieke zorgplichten in het Bbl.
Bal
Het Activiteitenbesluit komt met de invoering van de Ow te vervallen en de milieuvoorschriften worden voortaan opgenomen in het Bal. Dit besluit bevat algemene Rijksregels voor (milieubelastende) activiteiten in de leefomgeving. Naast de inhoudelijke algemene regels voor milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten, wateronttrekkingsactiviteiten, mijnbouwactiviteiten, beperkingengebied activiteiten, het bieden van gelegenheid tot zwemmen en baden, en activiteiten die cultureel erfgoed betreffen, zijn bijzondere aandachtspunten: de reikwijdte van de rijksregels, de specifieke zorgplichten, de inzet op maat van doel- en middelvoorschriften en de inzet van maatwerken en gelijkwaardigheid als instrumenten voor flexibiliteit.
Uit het Bal vloeien vergunningplichten voort waarvoor de gemeente bevoegd gezag is, deze plichten hebben betrekking op de milieubelastende activiteiten. In totaal zijn er rond de 100 gevallen die onderverdeeld zijn in de volgende activiteiten:
activiteiten die bedrijfstakken overstijgen;
complexe bedrijven;
dienstverlening, onderwijs en zorg;
transport, logistiek en ondersteuning daarvan;
nutssector en industrie;
agrarische sector;
sport en recreatie; en
defensie en mijnbouw.
Zowel de vergunningverlening als het toezicht op deze activiteiten worden voor ons uitgevoerd door de Odzob. Bij binnenkomst gaan aanvragen, meldingen en dergelijke direct naar de Odzob.
Na afronding van de besluitvorming komt de zaak terug bij de gemeente ter archivering. Uitsluitend waar hulp van de gemeente nodig is, is contact. Anders niet. Onder de Ow hebben wij de zogenaamde “behandeldiensten” ingesteld.
Bkl
In het Bkl staan regels voor het Rijk en voor decentrale overheden. De regels gaan over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. De omgevingswaarden, die moeten zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, staan in het Bkl en volgen vooral uit Europese of andere internationale verplichtingen. Bijvoorbeeld over luchtkwaliteit.
De instructieregels hebben betrekking op het uitvoeren van taken en het gebruik van instrumenten. De decentrale overheden moeten deze instructieregels van het Rijk volgen. Per instrument is er een hoofdstuk met instructieregels, bijvoorbeeld het instrument Omgevingswaarden, diverse programma’s (o.a. waterbeheerprogramma, stroomgebiedbeheerplan, beheerplan Natura 2000), Op, Waterschapsverordeningen, Omgevingsverordeningen, Omgevingsvergunningen, projectbesluiten, etc. Die instructieregels gaan onder meer over normen en regels voor externe veiligheid, geluid en geur van activiteiten en erfgoed.
Wat betreft omgevingsvergunningen, is ook een hoofdstuk met beoordelingsregels opgenomen in het Bkl. Het gaat om activiteiten waarvoor het Rijk een vergunningplicht heeft geregeld, zoals voor omgevingsplanactiviteiten, bouwactiviteiten, milieubelastende activiteiten en rijksmonumentenactiviteiten. De beoordelingsregels geven aan wanneer het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren. Het bevoegd gezag dient deze beoordelingsregels bij het beoordelen van een aanvraag dan ook te volgen. De beoordelingsregels staan per activiteit geordend.
6.3.2. Invoeringsbesluit/Bruidsschat
Het Invoeringsbesluit zorgt voor het overgangsrecht en voor het intrekken of wijzigen van andere besluiten. Het overgangsrecht regelt de overgang van de oude regelgeving naar het nieuwe stelsel van de Ow. Denk hier bijvoorbeeld aan wat de status is van besluiten onder het oude recht. Procedures die onder het oude recht zijn gestart, worden verder afgehandeld onder de Ow. De wijze waarop wordt bepaald in het overgangsrecht.
De bruidsschat is een bijzonder onderdeel van het overgangsrecht. Dit is een set met regels die het Rijk over heeft gedragen aan decentrale overheden bij de inwerkingtreding van de Ow. Deze regels zijn onderdeel van het tijdelijke deel van het Op (Op van rechtswege). Deze regels kunnen door de gemeente op elk moment worden aangepast of geschrapt. Op het moment dat het Op (nieuwe stijl) door de gemeente formeel wordt vastgesteld, komt de bruidsschat te vervallen. In principe heeft de gemeente na de inwerkingtreding van de Ow acht jaar de tijd (tot 2031) om alle keuzes met betrekking tot de bruidsschat te maken.
Specifiek voor vergunningen en ontheffingen uit de oude regelgeving is er overgangsrecht:
Als een vergunning voor een activiteit onder het nieuwe systeem verplicht blijft, is dit een OPA op grond van de Ow;
als er geen vergunningplicht meer is, zijn de oude vergunningvoorschriften maatwerkvoorschriften.
Het overgangsrecht is van toepassing op zowel vergunningplichten uit de rijksregelgeving als uit decentrale regelgeving. Voor vergunningen is het overgangsrecht geregeld in artikel 4.13 en 4.14 van de Invoeringswet Ow.
6.3.3. Op
Met de inwerkingtreding van de Ow worden de verschillende bestemmingsplannen van iedere gemeente vervangen door het tijdelijk deel van het Op voor het gehele grondgebied. Het Op heeft een bredere reikwijdte en een andere opzet: van conservatief naar gericht op ontwikkelmogelijkheden. Het Op voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast kan het ook andere regels bevatten over activiteiten. Het gaat dan om activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
In het tijdelijke deel van het Op zijn onder andere de bestaande bestemmingsplannen, beheers- verordeningen en wijzigings- en uitwerkingsplannen opgenomen (een volledig overzicht is opgenomen in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Ow). Na de inwerkingtreding van de Ow hebben gemeenten 8 jaar de tijd om één gebiedsdekkend Op vast te stellen. De gemeente bepaalt (deels) zelf welke algemene regels, informatie- meldings- of vergunningplichten ze opneemt in het Op. Het Invoeringsbesluit regelt welke regels er van het rijk aan gemeenten worden overgedragen. Verder zullen gemeenten hun regels over de fysieke leefomgeving uit andere (gemeentelijke) verordeningen opnemen in het Op, zoals regels uit de APV die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
Ook de bruidsschatregels zijn overgegaan in het tijdelijk deel van het Op. Het college heeft tot 1 januari 2032 de tijd gekregen voor het opstellen van een nieuw Op. Tot die tijd zijn alle bestemmingsplannen en beheerverordeningen opgenomen in het tijdelijke Op. Bij de ontwikkeling van het nieuwe Op worden keuzes gemaakt over de invulling/voortzetting van de bruidsschatregels. De Odzob is als ketenpartner aangesloten.
Figuur 7 opbouw Op (bron: VNG)
Welstand
De gemeente Cranendonck kent een welstandstoets aan de hand van de gemeentelijke welstandsnota. In deze nota staan de welstandscriteria. De welstandskaarten geven weer voor welke gedeelten van de onze gemeente eisen van welstand gelden. Een groot gedeelte van de gemeente is welstandsvrij. De plannen die binnen het welstandsgebied liggen worden voorgelegd bij de A2-adviescommissie (voorheen de erfgoedcommissie en de welstandcommissie). Het advies van deze commissie wordt in de hoofdregel overgenomen, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid hiervan. In het geval dat een bouwplan binnen de grenzen van een beeldkwaliteitsplan (bkp) valt, wordt de aanvraag aan dit plan getoetst.
Met de komst van de Ow worden de regels voor een welstandstoets opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. De regels gaan daarmee deel uitmaken van het tijdelijk deel van het Op. Op grond van artikel 4.19 Ow, kan de gemeenteraad beleidsregels opstellen als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven. Dit betreft dan de Welstandsnota van de gemeente Cranendonck.
6.3.4. Omgevingsregeling (Or)
In de Or staat welke informatie een aanvrager van een omgevingsvergunning moet aanleveren bij zijn aanvraag. Dit zijn de aanvraagvereisten. Het hoofdstuk met aanvraagvereisten bestaat naast een algemeen deel dat van toepassing is op elke aanvraag, ook uit een deel met specifieke regels per activiteit. Voorbeelden van deze aanvraagvereisten zijn:
een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd;
het telefoonnummer van de aanvrager;
het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
Verder bevat de Or een praktische uitwerking van een aantal regels uit het Bal en het Bbl, bijvoorbeeld voor emissies van dierenverblijven of duurzaamheid van gebouwen. Ook bevat de Or meet- en rekenmethoden. Voor gemeenten betreft het de methoden die moeten worden gebruikt om besluiten te motiveren met betrekking tot het Op, vergunningaanvragen en projectbesluiten. Bijvoorbeeld of een aanvraag voldoet aan de luchtkwaliteitsnorm.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3.
Beoordelingskader Ow
Onderdeel van VTH-beleidsplan (2024-2027) gemeente Cranendonck