De activiteit bouwen wordt met de invoering van de Ow, middels artikel 5.1, gescheiden in een technisch en ruimtelijk deel. Dat resulteert in twee soorten activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden, namelijk de OPA en de bouwactiviteit. De verschillende omgevingsvergunningen worden hieronder toegelicht.
6.4.1. Omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit zoals bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Bbl en/of het bouwwerk niet valt onder de Wkb, dan wordt de bouwtechniek van het bouwwerk, op basis van het Bbl, beoordeeld door de gemeente. Paragraaf 2.3.2 van het Bbl regelt de vergunningplichtige bouwactiviteiten. Onder de reikwijdte van de term bouwwerken met een dak en dus van dit artikel vallen bijvoorbeeld bijhorende bouwwerken, overkappingen voor auto’s, transistorhuisjes, een duiventil of een hondenhok.11Nota van toelichting Bbl (Stb. 2022,145). Dit betreft bouwwerken met en zonder dak. Artikel 2.25 Bbl luidt bijvoorbeeld als volgt:
“Artikel 2.25 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken met een dak)
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten geldt voor een bouwactiviteit, voor zover die betrekking heeft op een gebouw of ander bouwwerk met een dak en dat gebouw of andere bouwwerk:
niet op de grond staat;
hoger is dan 5 m;
bij meer dan een bouwlaag, is voorzien van een verblijfsgebied op de tweede bouwlaag of hoger;
is voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; of
als gevolg van de bouwactiviteit een hoofdgebouw wordt.”
6.4.2. Omgevingsvergunning voor de OPA
Een OPA is een activiteit die voldoet aan de regels in het Op, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt. Het ruimtelijk bouwen, het in stand houden en het gebruiken van een bouwwerk is in het Op geregeld. De gemeente regelt in het Op voor welke OPA een omgevingsvergunning nodig is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de locatie van het bouwwerk, de bebouwingsoppervlakte of het uiterlijk. Er zijn diverse OPA’s die hieronder uiteengezet zullen worden gezet.
Binnenplanse en buitenplanse OPA’s
Onder OPA worden de activiteiten verstaan die passen binnen de beoordelingsregels van het Op en waarvoor in het Op een vergunningplicht is opgenomen.
BOPA’s daarentegen, wijken (op onderdelen) af van het Op. Voor dit type aanvragen is het dan nodig om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit aan te vragen. Ook voor deze aanvragen geldt in principe de standaardprocedure van 8 weken. In sommige gevallen kan de uitgebreide procedure van toepassing worden verklaard. Verleende vergunningen moeten binnen 5 jaar nadat deze onherroepelijk is geworden, zijn verwerkt in het Op. Uitzondering hierop is een BOPA die bestaat uit het in stand houden van een bouwwerk, niet overeenstemt met een functie van een locatie en een tijdelijke vergunning, zo bepaalt artikel 4.17 Ow.12 Deze verplichting zal op 1 januari 2032 opgelegd worden.
Het wijzigen van het Op is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft hierbij de bevoegdheid om het college van B&W te delegeren in hiervoor aangewezen gevallen. Ook voor dit onderdeel heeft de gemeenteraad een lijst vastgesteld met hierheen de gevallen waarvoor het college gedelegeerd is.
OPA voor het bouwen van een bouwwerk
Een beoordeling van een aanvraag OPA die bestaat uit bouwen, ziet onder andere toe op de juridische aspecten van een bouwwerk. Voorheen was dit de bestemmingsplantoets, nu is dit de beoordeling aan het Op. De vergunningvrije OPA’s met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk zijn omschreven in artikel 22.26 van de bruidsschat. De gemeente bepaalt (deels) zelf in welke mate ze ook de OPA’s die bestaan uit bouwen vergunningvrij, meldingsplichtig of vergunningplichtig maakt. Dit gaan wij in de aankomende jaren bepalen.
OPA voor het slopen van een bouwwerk
De sloopactiviteit heeft vaak een relatie tot andere activiteiten zoals eronder uiteengezet, denk hierbij aan het volgende:
Een sloopactiviteit gaat in veel gevallen samen met een bouwactiviteit;
is het bouwwerk dat wordt gesloopt een rijksmonument? Dan gelden voor het slopen de regels voor de rijksmonumentenactiviteit;
de gemeente kan in het Op extra regels stellen. Bijvoorbeeld ter bescherming van een stads- en dorpsgezicht. Of om te voorkomen dat open ruimten in bebouwing ontstaan.
OPA voor monumenten, beschermd stads- of dorpsgezichten, overig cultureel erfgoed en werelderfgoed.
Bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten, wordt beoordeeld of er geen onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed.
De gemeente Cranendonck kent wat betreft het beoordelingskader verschillende regelingen. Voorheen werden de stads- en dorpsgezichten in de bestemmingsplannen gewaarborgd. Ook kent de gemeente een welstandsnota met bijbehorende kaart, een beschermd dorpsgezicht kaart en als laatste maakt de gemeente ook gebruik van een erfgoedkaart of een beschermd dorpsgezicht kaart. Dit is nu allemaal geregeld in het Op.
Ook de bruidsschat bevat daarnaast aanvraagvereisten met betrekking tot het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Het betreft monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten.
Overige omgevingsplanactiviteiten (bruidsschat)
De bruidsschat bevat aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor onder andere de volgende vergunningplichtige activiteiten. Deze activiteiten kunnen gekoppeld zijn aan lokale verordeningen en regelingen:
omgevingsplanactiviteit: Plaatsen van voorwerpen op (of aan) de weg;
omgevingsplanactiviteit: Aanleggen of veranderen weg; en
omgevingsplanactiviteit: Kappen van bomen of vellen van houtopstanden.
6.4.3. Omgevingsplanactiviteit voor een handelingen met betrekking tot een rijksmonument
Een rijksmonumentactiviteit kan worden gezien als een aanvulling op de omgevingsplanactiviteit voor monumenten en betreft een activiteit “inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht”.
Onder rijksmonumenten worden monumenten en archeologische monumenten verstaan die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister zijn ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Ow, het Bkl, het Bal, het Bbl, de Or, het overgangsrecht van de Invoeringswet Ow en het Op van rechtswege (via de bruidsschat). Onder beschermde rijksmonumenten worden monumenten of archeologische monumenten verstaan die in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven, maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerp besluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd.
Artikel 13.7 Bal bevat een specifieke zorgplicht om beschadiging en vernieling aan een rijksmonument te voorkomen. Een bouwactiviteit die van invloed is op, of een rijksmonument betreft, is dan ook een rijksmonumentactiviteit.
De A2-adviescommissie (voorheen de erfgoedcommissie en de welstandcommissie) adviseert onder andere de gemeente Cranendonck wanneer er wijzigingen (gaan) plaatsvinden in of aan monumenten. Verder hebben wij een eigen adviseur erfgoed. Daarnaast moet ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om advies worden gevraagd bij een ingrijpende activiteit.
Bij desbetreffende activiteiten dient de “Erfgoedverordening Cranendonck 2017” in acht te worden genomen.
6.4.4. Milieubelastende activiteiten
Een milieubelastende activiteit wordt gezien als een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Denk hierbij aan:
een opslag van mest, grond, baggerspecie of koolstofdioxide in de bodem;
lozing van afvalwater op oppervlaktewater;
geluid;
de opslag van gevaarlijke stoffen; of
het uitbaten van een SEVESCO of IPPC-installatie.
In hoofdstuk 3 van het Bal zijn de milieubelastende activiteiten waarvoor algemene regels aangewezen en is bepaald in welke gevallen er daarnaast een vergunningplicht geldt. Het gaat in totaal om circa 100 gevallen.
In de bruidsschat zijn tevens een aantal vergunningplichtige milieubelastende activiteiten opgenomen die zijn geland in het tijdelijk Op. Dit betreft activiteiten zoals:
verwerken polyesterhars;
installeren gesloten bodemenergiesysteem;
het kweken van maden van vliegende insecten;
opslaan propaan of propeen;
tanken met LPG;
antihagelkanonnen;
biologische agens;
genetisch gemodificeerde organismen;
opslaan dierlijke meststoffen;
lozen in de bodem (Vangnetvergunning); en
lozen in schoonwaterriool (Vangnetvergunning).
6.4.5. Maatwerkvoorschriften
De mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften wordt geboden middels het Bal en het Bbl. Er kan worden gesproken van twee typen maatwerkvoorschriften:
gekoppeld aan vergunning, dan is een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift;
een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning).
Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld:
algemene regels nader invullen of aanvullen;
eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels; en
afwijken van een verbod in algemene regels.
Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift gebruiken voor bijvoorbeeld onvoorziene situaties, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op verzoek.
In paragraaf 4.3.2 van de Ow zijn algemene uitgangspunten die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen. Daarnaast zijn er ook specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de best beschikbare technieken. Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. De mogelijkheden zijn aangeduid in het Bal en Bbl.
6.4.6. Gelijkwaardige maatregel
Uit artikel 4.7, eerste lid, van de Ow blijkt dat middels een voorgeschreven maatregel (zoals een technische bouw eis in het Bbl) toestemming kan worden verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. Hiermee worden de regels waaruit een vergunningplicht voortvloeit bedoeld. Wat belangrijk is, is dat de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Wat betreft maatregelen op het gebied van omgevingsveiligheid dient het doel te zijn, het beschermen van mensen in gebouwen tegen de effecten van een van buiten komende brand of explosie. Bijvoorbeeld een opvanggeul voor uitstromende brandbare vloeistoffen die soms gelijkwaardig of beter beschermd dan een brandwerende gevel (wat eigenlijk de technische eis is).
De gelijkwaardige regel wordt opgenomen als extra voorschrift in de vergunning. De ketenpartners zoals de VRBZO en de Odzob kunnen hierover adviseren.
6.4.7. Overige activiteiten in het kader van vergunningverlening
De volgende activiteiten zijn aangemerkt als overige activiteiten die mogelijk zijn in het kader van vergunningverlening. Deze kunnen van invloed zijn op de capaciteit, indien zij in grote mate voorkomen.
Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit;
wijzigen omgevingsvergunning;
wijzigen voorschriften omgevingsvergunning;
intrekken omgevingsvergunning;
beoordeling onderzoeksrapporten (zonder omgevingsvergunning); en
niet genoemd besluit op aanvraag.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4.
Omgevingsvergunningen
Onderdeel van VTH-beleidsplan (2024-2027) gemeente Cranendonck