Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Het beoordelingskader

Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp 2024 Gemeente Heerenveen

1.. Er wordt alleen jeugdhulp verstrekt aan de jeugdige en/of ouder(s) waarvan volgens het woonplaatsbeginsel de gemeente Heerenveen verantwoordelijk is. TJG bepaalt aan de hand van het meest recente schema van Schulinck welke gemeente verantwoordelijk is. 2.. Er wordt alleen jeugdhulp verstrekt als er sprake is van opgroei- en/of opvoedingsproblematiek die een bedreiging kan vormen voor een veilige (cognitieve, sociale, emotionele en/of lichamelijke) ontwikkeling van de jeugdige. Bij het bepalen van de aard van de problematiek maakt TJG gebruik van het ordeningsprincipe Kind in Fryslân (inclusief het opvoedkwadrant) en het Classificatiesysteem voor de Aard van de Problematiek van Jeugd (CAP-J). Het ordeningsprincipe Kind in Fryslân is een instrument waarmee de betrokken hulpverleners samen met de jeugdige en/of ouder(s) de zwaarte van de ondersteuning kunnen bepalen. Er worden vier vormen onderscheiden (het opvoedkwadrant): opvoedingsvragen, opvoedingsspanning, opvoedingsnood en opvoedingscrisis. Als er sprake is van opvoedingsvragen of opvoedingsspanning, kan er hulp geboden worden vanuit algemene of andere voorzieningen en/of inzet van niet-specialistische jeugdhulp. (Hoog)Specialistische jeugdhulp kan ingezet worden als er sprake is van opvoedingsnood. Bij opvoedingscrisis kan ook jeugdhulp in de vorm van crisishulp ingezet worden. In het CAP-J staan duidelijke beschrijvingen van allerlei verschillende soorten problemen die de jeugdige en/of ouder(s) kunnen hebben in verschillende domeinen. Door het complete beeld dat hierdoor ontstaat, kan worden vastgesteld welke hulp de jeugdige en/of ouder(s) nodig heeft. 3.. Een jeugdige en/of ouder(s) komen in aanmerking voor jeugdhulp als: de jeugdige op eigen kracht, met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor de hulpvraag kan vinden, en er geen oplossing gevonden kan worden voor de hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een vrij toegankelijke, algemene of andere voorzieningen. 4.. Om te bepalen of en welke vorm van jeugdhulp voor de jeugdige en/of ouder(s) toegankelijk en passend is, worden de volgende uitgangspunten gebruikt: hulp vanuit het eigen sociaal netwerk of met inzet van vrijwilligers waar mogelijk, professionele hulp alleen als dat nodig is een lichte vorm van hulp waar mogelijk, een zwaardere vorm van hulp alleen als dat nodig is kortdurende hulp waar mogelijk, langdurige hulp alleen als dat nodig is. ambulante hulp ten behoeve van het thuis (kunnen blijven) wonen waar mogelijk, hulp met verblijf alleen als dat nodig is een verblijf in een gezinssituatie (pleegzorg of gezinshuis) waar mogelijk, verblijf in een instelling alleen als dat nodig is hulp dichtbij het eigen sociaal netwerk waar mogelijk, hulp op afstand van het sociaal netwerk alleen als dat nodig is. hulp in een groepsaanbod waar mogelijk, individuele hulp alleen als dat nodig is 5.. Als er meerdere voorzieningen passend en beschikbaar zijn, dan wordt gekozen voor de - naar objectieve normen - goedkoopste voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel