Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Eigen kracht

Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp 2024 Gemeente Heerenveen

1.. Met eigen kracht wordt bedoeld dat ouders in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen. Van de jeugdige en/of ouder(s) wordt verwacht dat zij hun eigen mogelijkheden zoveel mogelijk gebruiken en versterken om de problemen bij het opgroeien of in de opvoeding op te lossen of mee om te gaan. Dit kan ook door het opbouwen en/of inzetten van het sociale netwerk. Ook het gebruik maken van een andere of algemene voorzieningen hoort bij eigen kracht. 2.. Als de jeugdige en/of ouder(s) de problemen op eigen kracht kunnen oplossen of mee om kunnen gaan, wordt er geen jeugdhulp verstrekt. 3.. Bij de beoordeling of en in welke mate sprake is van eigen kracht, worden de volgende factoren meegenomen: de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige, ook rekening houdend met de leeftijd en ontwikkelingsfase de aard van de hulp, waarbij bijvoorbeeld ook gekeken wordt welke deskundigheid nodig en aanwezig is om de hulp te kunnen bieden. Dit kan betekenen dat niet-standaard hulp wél tot de eigen kracht behoort, bijvoorbeeld hulp bij een katheter in plaats van de standaard handeling bij de toiletgang de mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde hulp en de momenten van de dag waarop die nodig is de omvang van de voor de jeugdige noodzakelijke hulp en de duur daarvan de samenstelling van het gezin en de woonsituatie de mogelijkheden, draagkracht en belastbaarheid van de ouder(s)/verzorger(s) en of ze de hulp blijven bieden als er geen jeugdhulp verstrekt wordt of de ouder(s)/verzorger(s) in staat en beschikbaar zijn om de noodzakelijke hulp te bieden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met fysieke afwezigheid, een beperking of beperkte leerbaarheid van de ouder(s)/verzorger(s) of het bieden van noodzakelijke hulp door de ouder(s)/verzorger(s) (dreigende) overbelasting oplevert de mogelijkheid om het sociale netwerk in te zetten. 4.. Voor de eigen kracht wordt ook gekeken naar de standaard, dagelijkse hulp die ouder(s) en/of andere huisgenoten elkaar geven. Dit is in de meeste gevallen: de aanwezigheid van ouder(s) het bieden van ouderlijk toezicht het bieden van een beschermende woonomgeving het bieden van dagelijkse structuur het bieden van begeleiding en stimulans bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid het begeleiden naar huisarts, ziekenhuis of therapie het maatschappelijk verkeer als bezoek aan familie, vrienden, school, sport, etc. de zorg bij kortdurende ziekte (maximaal 3 maanden).

Rechtspraak bij dit artikel