3.2.1Vervoer van gevaarlijke stoffen (over de weg)
Een bijzonder aandachtspunt in het kader van de gebiedsgerichte aanpak is de aanwezigheid van infrastructuur waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze vervoersassen zijn niet als een afgebakend gebied te beschouwen omdat ze verschillende gebieden doorsnijden. Denk bijvoorbeeld aan woonwijken, buitengebieden en bedrijventerreinen. Hierdoor wordt het lastig om uniforme eisen te verbinden aan de mogelijkheid om ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de nabijheid van diezelfde infrastructuur.
Gebieden die als ‘risicovolle infrastructuur’ worden beschouwd, betreffen locaties die binnen het aandachtsgebied van een weg, een ondergrondse buisleiding of een vaarweg vallen. In de gemeente Asten zijn dit bijvoorbeeld Rijksweg A67 en een vijftal hogedruk aardgasleidingen.
De risico’s die hieruit voortvloeien hebben betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen. Op de aard en omvang hiervan heeft de gemeente weinig invloed. Daarom kiest de gemeente Asten om de omgang met deze risico’s te verbinden aan de voorwaarden van de gebiedstypes uit hoofdstuk 4. Concreet betekent dit dat waar bijvoorbeeld veel transport van gevaarlijke stoffen door het gebiedstype ‘Risicoluw’ loopt, de risicoluwe ambities worden gehanteerd. Daarnaast probeert de gemeente Asten het vervoer van gevaarlijke stoffen door de woonkern zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent dat het vervoer van gevaarlijke stoffen door de gebiedstypes ‘Buitengebied’ en ‘Bedrijventerreinen Intensief‘ intensiever kan. Hiermee probeert de gemeente Asten de inwoners zoveel te beschermen tegen externe veiligheidsrisico’s.
In hoofdstuk 4 wordt een omschrijving van de gebiedstypen gegeven en worden de consequenties voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico besproken.
3.2.2Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle bedrijven)
Voor bestaande risicovolle bedrijven geldt dat de risicocontouren zoveel mogelijk worden beperkt om inefficiënt ruimtegebruik tegen te gaan. Dit wordt gedaan door een gerichte inzet van Best Beschikbare Technieken (BBT), waarbij de PR 10-6 contour (zoveel mogelijk) wordt teruggebracht binnen de eigen perceelgrenzen. Hiermee worden beperkingen voor de aangrenzende percelen opgeheven. In de gebiedstypes is bewust de keuze gemaakt om bedrijventerrein op te splitsen. Hierbij worden de (delen) bedrijventerreinen dichtbij en rondom woonkernen uitgesloten voor het realiseren van nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Daarbij worden (delen van) bedrijventerrein waarbij de afstand (acceptabel) groter is ingericht om MBA’s met externe veiligheidsrisico’s, mits voldoende veilig, toe te staan.
3.2.3Hogedruk aardgasleidingen
De gemeente Asten wordt doorsneden door vijf hogedruk aardgasleidingen. Het maatgevend scenario voor aardgastransportleidingen is een fakkelbrand en/of explosie als gevolg van breuk van de leiding (door een externe oorzaak, bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Afhankelijk van de leidingdiameter en gasdruk kan er een fakkel ontstaan van 60 meter tot enkele honderden meters hoog.
Door de Gasunie zijn op basis van dit mogelijke scenario de effectafstanden voor verschillende leidingdiameters en drukken bepaald (Scenarioboek externe veiligheid).
De effectafstanden (1% letaal) van de leidingen binnen de gemeente bedragen 80, 180, 430 en 490 meter. De stralingshitte op deze afstand bedraagt 10 kW/m2. Zoals gezegd worden de effectafstanden bepaald op basis van het scenario van een guillotinebreuk. Het gas ontsteekt en er treedt een fakkelbrand op. De kans op een guillotinebreuk is echter zeer klein (kans op een breuk is 5 tot 10 keer kleiner dan een lek). Het meest geloofwaardige scenario is een lek in de buisleiding. Voor de grootste leidingen in Asten (44 inch, 36 inch en 14,5 inch) ligt de effectafstand van een lek van de buisleiding op circa 10 meter van de buisleiding, voor de kleinste buisleiding (6,5 inch) ligt deze op de leiding (Tabellen 31 tot en met 34 van de Handreiking verantwoorde brandweeradvisering).
Gelet op de zeer kleine kans op een guillotinebreuk en de naar verhouding hoge kosten die gemaakt moeten worden om de bestaande gebouwde omgeving hiertegen te beschermen, is het niet reëel om hiervoor extra maatregelen op te leggen in het omgevingsplan of omgevingsvergunning. Ook voor het scenario van een lek van een buisleiding is het niet zinvol maatregelen aan de bestaande gebouwde omgeving op te leggen. De effectafstand is immers zeer klein (ligt op de buisleiding zelf of op zeer korte afstand), en bebouwing op de buisleiding is al uitgesloten vanwege de vrij te houden belemmeringstrook van 4 of 5 meter. Bij het realiseren van nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties in aandachtsgebieden van aardgasbuisleidingen moet door middel van het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 blijken welke maatregelen er getroffen dienen te worden. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen worden op voorhand uitgesloten binnen brand- en explosieaandachtsgebieden (zie 3.4).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Uitgangspunten rondom bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
Onderdeel van Programma externe veiligheid gemeente Asten 2024