Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Uitgangspunten rondom nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

Onderdeel van Programma externe veiligheid gemeente Asten 2024

De ambitie van de gemeente Asten is dat er ruimte moet zijn om nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s toe te staan en om bestaande uit te breiden. Dit kan alleen binnen de gebiedstypes waar dit is toegestaan, om de externe veiligheidsrisico’s voor de bewoners van de gemeente Asten zo klein mogelijk te houden. Belangrijk bij het realiseren van nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s is dat het alleen kan als een passend beschermingsniveau wordt bereikt. Voorwaarde hierbij is dat de PR 10-6 contour binnen de perceelgrens blijft dan wel over locaties zonder bebouwingsmogelijkheden ligt. Hierdoor wordt voorkomen dat (beperkt) kwetsbare gebouwen en/of locaties en zeer kwetsbare gebouwen aanwezig mogen zijn of zich mogen vestigen binnen de PR 10-6 contour van milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Er kunnen dan geen nieuwe saneringssituaties ontstaan. Wenselijk is dat nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zo ver mogelijk van (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties plaatsvinden. Daarom zijn de bedrijventerreinen in verschillende gebiedstypes gesplitst. De meeste (nieuwe) MBA’s met externe veiligheidsrisico’s worden hierdoor zover mogelijk van de woongebieden af gerealiseerd. Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s worden in eerste instantie op gebiedstype Bedrijventerrein Intensief gesitueerd (zie hoofdstuk 5). Daarnaast zou eventueel het gebiedstype Buitengebied ook MBA’s met externe veiligheidsrisico’s kunnen toestaan, mits deze passend zijn binnen de (bestaande) agrarische activiteiten (bijv. propaantanks). In gebiedstype Risicoluw (zie hoofdstuk 5) zijn nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s en de uitbreiding van bestaande activiteiten niet toegestaan, tenzij deze onlosmakelijk verbonden zijn aan het goed functioneren van het woongebied. Hier moet dan een zwaarwegend belang voor de realisatie van de activiteit met externe veiligheidsrisico’s gelden. Verder moet er een voldoende beschermingsniveau worden gerealiseerd volgens het verantwoordingskader in hoofdstuk 5.

Rechtspraak bij dit artikel