Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.7.7

UITWERKING GEBIEDSSPECIFIEK BELEID: TOEPASSEN GROND VAN ÉN OP (VOORMALIGE) TUINBOUW- EN AKKERBOUWPERCELEN

Onderdeel van Nota bodembeheer en oplegnotitie 2023-2033

Met de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (LMW6 t/m LMW8) is het grondverzet binnen de plangebieden in de gemeente Noordwijk zonder voorafgaand bodemonderzoek of partijkeuring mogelijk. Wordt grond van deze plangebieden niet in hetzelfde plangebied hergebruikt of wordt grond van andere (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen hergebruikt geldt het onderstaande beleid: De uitwerking van het gebiedsspecifiek beleid op de (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen is als volgt: Als grond van de bodemlaag 0-2 m-mv van een (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel weer op een (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel wordt toegepast, moet de grond voorafgaand aan het ontgraven altijd indicatief onderzocht worden op organochloorbestrijdingsmiddelen én op alle andere op het (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel gebruikte bestrijdingsmiddelen (zie § 6.2.1). Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan de grond als volgt worden toegepast: De organochloorbestrijdingsmiddelen moeten voldoen aan de Lokale Maximale Waarden zoals die in § 4.3.7.5 (tabel 4.4) zijn weergegeven. Als een individueel bestrijdingsmiddel niet in tabel 4.4 is benoemd moet deze voldoen aan de landelijke achtergrondwaarde (AW2000), of de interventiewaarde Wet bodembescherming als er geen landelijke achtergrondwaarde (AW2000) is, dan wel de humaan toxicologische waarde als er geen interventiewaarde Wet bodembescherming of landelijke achtergrondwaarde (AW2000) bekend zijn. Kwaliteitsklasse ‘Niet toepasbaar’: de grond moet worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Als grond van de bodemlaag 0-2 m-mv van een (voormalige) tuinbouw- of akkerbouwperceel niet op een (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel wordt toegepast, moet de grond voorafgaand aan de toepassing altijd gekeurd worden op organochloorbestrijdingsmiddelen én op alle andere op het (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel gebruikte bestrijdingsmiddelen (zie § 6.2.1). Afhankelijk van de keuringsresultaten kan de grond worden toegepast. Als grond van de bodemlaag 0-2 m-mv van een (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel weer op een (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel wordt toegepast, moet de grond voorafgaand aan het ontgraven altijd indicatief onderzocht worden (zie § 6.2.1). Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan de grond worden toegepast. Als grond van de bodemlaag 0-2 m-mv van een (voormalige) tuinbouw- of akkerbouwperceel niet op een (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel wordt toegepast, moet de grond voorafgaand aan het ontgraven altijd gekeurd worden (zie § 6.2.1). Afhankelijk van de keuringsresultaten kan de grond worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel