Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1.

Stadsbrede benadering: geen onderscheid in gebieden en de bestaande stad profiteert ook

Onderdeel van Programma bovenplanse investeringen

Al bij de invoering van de Nota Kostenverhaal voor Bovenwijkse voorzieningen (vastgesteld door de raad in mei 2019) werd breder gekeken dan alleen naar infrastructurele voorzieningen in relatie tot bovenwijkse voorzieningen. Veel gemeenten beschouwden toen namelijk alleen nog infrastructurele voorzieningen als bovenplans kostenverhaalsproject. In Eindhoven ligt de focus op bijdragen aan een groene en gezonde stad. De stad wordt daarbij als één samenhangend geheel gezien waardoor uitgegaan wordt van gemeentebrede investeringen. Maatregelen om bijvoorbeeld voor een betere doorstroming te zorgen of luchtkwaliteit te verbeteren zijn positief voor alle nieuwe ontwikkelingen, ongeacht waar zij liggen in de stad. De bovenplanse investeringen zijn dus beschouwd als van nut voor alle bouwprojecten en er is geen onderscheid gemaakt in bijvoorbeeld stadsdelen of gebieden. Het is bovendien niet logisch dat enkel de bouwprojecten aan deze investeringen bijdragen, maar ook de bestaande stad. Deze profiteert namelijk ook, ongeacht de locatie van de bovenplanse investeringen. Dus naast de bouwprojecten moet ook een groot deel gefinancierd worden uit gemeentelijke middelen, subsidies van onder andere provincie of rijk of overige bijdragen. Bij de toerekening van de bovenplanse investeringen aan de bouwprojecten wordt uitgegaan van het (wettelijke) onderscheid tussen bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen (Zie bijlage 1,2 en 3). De toerekening aan de bestaande stad is voor financiële bijdragen groter: De bouwprojecten dragen daarom in verhouding bij: De bouwprojecten dragen voor 40% aan de bovenwijkse voorzieningen en de bestaande stad 60%. De bouwprojecten dragen voor 20% mee aan de financiële bijdragen en de bestaande stad 80%. Dit is gebaseerd op een globale inschatting met de volgende uitgangspunten: Er is rekening gehouden met de vastgoedwaarde van de bestaande stad versus die van de nieuwe stad; Bestaande stad is groter dan de bouwprojecten, maar de relatie met de bovenwijkse voorzieningen en de bouwprojecten is sterker. Juist die bouwprojecten maken het noodzakelijk dat meer geïnvesteerd moet worden in de bovenwijkse voorzieningen en dus de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad; Bij financiële bijdragen is het verband tussen de bouwprojecten en de bovenplanse investeringsprojecten minder sterk dan bij bovenwijkse voorzieningen, omdat het meer algemene ‘netwerkvoorzieningen’ zijn die met name ook de bestaande stad en zelfs daarbuiten dienen. Deze investeringsprojecten zijn niet per se noodzakelijk voor de bouwprojecten, maar de bouwprojecten hebben er wel profijt van, denk aan aanpassing van wegen waardoor algehele doorstroming bevorderd wordt of aanleg van HOV’s niet specifiek gericht op een bouwproject.

Rechtspraak bij dit artikel