**1..** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 van de WWB, artikel 44 van de WIJ, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering, uitvoering van het werkleeraanbod of inzetten van re-integratiemiddelen, wordt een maatregel opgelegd, die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid en artikel 3, tweede lid van deze verordening wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
**a..** bij een benadelingsbedrag van minder dan € 500,00: 5% van de bijstandsnorm, de inkomensvoorzieningsnorm dan wel de grondslag IOAW/IOAZ, gedurende een maand;
**b..** bij een benadelingsbedrag van € 500,00 tot € 1.000,00: 10% van de bijstandsnorm, de inkomensvoorzieningsnorm dan wel de grondslag IOAW/IOAZ, gedurende een maand;
**c..** bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00: 20% van de bijstandsnorm, de inkomensvoorzieningsnorm dan wel de grondslag IOAW/IOAZ, gedurende een maand;
**d..** bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00: 40% van de bijstandsnorm, de inkomensvoorzieningsnorm dan wel de grondslag IOAW/IOAZ, gedurende een maand;
**e..** bij een benadelingsbedrag van meer dan € 4.000,00: 100% van de bijstandsnorm, de inkomensvoorzieningsnorm dan wel de grondslag IOAW/IOAZ, gedurende een maand.
**3..** De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid sub a tot en met d wordt verdubbeld indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging uit dezelfde categorie.
**4..** Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit opnieuw schuldig maakt aan een gedraging waaraan een maatregel was verbonden als bedoeld in het eerste lid sub e, wordt de duur van de maatregel verdubbeld.
**5..** Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van deze verordening, ziet het college af van het opleggen van een maatregel:
**a..** zodra ter zake van de gedraging vervolging van een strafbaar feit is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
**b..** zodra de vervolging van een strafbaar feit is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 11
Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ gemeente Renkum 2011