De omvang van het door de gemeente bekostigde gebruik van een
gymnastiekruimte door een school voor basisonderwijs is gebaseerd op het
aantal klokuren per week waarin volgens het activiteitenplan door de
school de gymnastiekruimte wordt gebruikt.
Voor een school voor basisonderwijs wordt het maximaal aantal klokuren
dat voor vergoeding in aanmerking komt vastgesteld volgens het bepaalde
in bijlage III, deel B en bedraagt ten hoogste 1,5 klokuur per week per
groep leerlingen van 6 jaar en ouder.
Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
gehouden school voor basisonderwijs dat eigenaar is van een
gymnastiekruimte ontvangt jaarlijks een vergoeding. De hoogte
van de vergoeding wordt vastgesteld volgens het bepaalde in
bijlage IV, deel A, op basis van de door het betreffende bevoegd
gezag ingevolge artikel 5, derde lid, onder 5°, verstrekte
gegevens. Het maximaal aantal voor vergoeding in aanmerking
komende klokuren wordt op grond van het eerste lid vastgesteld.
Wanneer er sprake is van medegebruik van de gymnastiekruimte
door een of meer andere scholen voor basisonderwijs wordt voor
de bepaling van de hoogte van de vergoeding het aantal klokuren
getotaliseerd.
Burgemeester en wethouders keren de ingevolge het tweede lid
vastgestelde jaarlijkse vergoeding in driemaandelijkse termijnen uit aan het bevoegd gezag als
bedoeld in het tweede lid, waarbij de eerste termijn aanvangt aan het
begin van het schooljaar.
HOOFDSTUK 7
Artikel 38
Omvang en vergoeding gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs