De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
gymnastiekruimte als bedoeld in artikel 5, vijfde lid wordt
beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien
verstande dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het
bepaalde in dit artikel van toepassing is.
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks voor 1 mei
voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de
ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het
onderwijsgebruik door scholen voor basisonderwijs van de op het
grondgebied van de gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe
wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare
capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van
een capaciteit van 26 klokuren per week per
gymnastiekruimte.
Burgemeester en wethouders nemen bij de vaststelling van het
voorstel tot inroostering het volgende in acht:
de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik
van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel B;
het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden
school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school
het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;
het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende
gegevens:
het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een
gymnastiekruimte;
de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden
gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
gymnastiekruimte plaatsvindt;
voorzover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal
klokuren dat ingevolge artikel 38, eerste lid voor bekostiging
door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel
klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de
school.
Burgemeester en wethouders nemen het aantal klokuren als bedoeld in dit
lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voorzover daarvoor nog
capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor
bekostiging door de gemeente in aanmerking komt.
Het voorstel tot inroostering wordt door burgemeester en
wethouders binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de
bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs. De bevoegde
gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een overleg over
het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee weken na
toezending van het voorstel. In het overleg worden de
vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de
gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot
inroostering.
Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
stellen burgemeester en wethouders voor 15 juni volgend op de
genoemde datum in het eerste lid, de definitieve inroostering
vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het volgende
schooljaar. Indien burgemeester en wethouders daarbij afwijken
van een of meer in het overleg als bedoeld in het vijfde lid
naar voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen
de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
mededeling van burgemeester en wethouder over de inroostering in
de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze
mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van
artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin
van artikel 32, vierde lid.
HOOFDSTUK 7
Artikel 39
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs