**1..** Het college brengt op een daartoe strekkende aanvraag om een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub a, een verhuisparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub b en particuliere deelautoparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub c, het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering op het aantal te verkrijgen vergunningen.
**2..** Het college brengt op een daartoe strekkende aanvraag om een bedrijfsparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, en een werknemersparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, tiende lid, het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering op het aantal te verkrijgen vergunningen.
**3..** Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt onverminderd als een aanvrager over (een) parkeerplaats(en) op eigen terrein kan beschikken door huur of aankoop hiervan.
**4..** Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt onverminderd als een aanvrager, door eigen toedoen, niet meer kan beschikken over (een) parkeerplaats(en) op eigen terrein.
**5..** Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht op een aanvraag die voldoet aan het gestelde in artikel 5, het eerste, tweede of vierde lid.
** 6. .** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing gedurende een overgangstermijn van één jaar die ingaat op het moment van toevoeging van terreinen of weggedeelten waar met een vergunning mag worden geparkeerd zoals omschreven in het Aanwijzingsbesluit Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem of in de opvolger daarvan, waarbij het adres waarvoor de vergunning wordt aangevraagd gelegen is in de toegevoegde terreinen of weggedeelten.
** 7. .** Vergunningen die worden verleend op een adres waarvoor de overgangstermijn geldt, zoals bedoeld in het zesde lid vervallen van rechtswege zodra de overgangstermijn is verstreken, met dien verstande dat bij één poet alleen de eerste vergunning vervalt en bij twee poet de eerste en tweede vergunning vervalt.