Naar hoofdinhoud

Artikel 2 Onderwerpen voor participatie en inspraak

Artikel 2 Onderwerpen voor participatie en inspraak

Onderdeel van PARTICIPATIE- EN INSPRAAKVERORDENING RENSWOUDE

1. Participatie of inspraak wordt toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die geraakt zullen worden door het beleid, plannen, projecten en programma’s, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken inwoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling hiervan. 2. In elk geval wordt participatie of inspraak toegepast bij beleidsvoornemens betreffende: a. De dorpsvernieuwing; b. vaststelling of wijziging van de omgevingsvisie, het omgevingsplan of een programma op grond van de Omgevingswet; c. een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, die betrekking heeft op: i. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; ii. de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie; iii. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; iv. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; v. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft of vi. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. d. ruimtelijke plannen, die niet zijn begrepen onder a tot en met c; e. het ontwerpen of wijzigen van de verkeerscirculatie; f. de inrichting of herinrichting van wegen, straten of pleinen; g. de inrichting, wijziging of opheffing van recreatieve voorzieningen. h. de welzijnsvoorzieningen. 3. Participatie of inspraak worden niet toegepast: a. als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; b. als van enige beleidsvrijheid geen sprake is; c. ten aanzien van beleidsvoornemens van ondergeschikte aard, of ondergeschikte herzieningen of wijzigingen van beleidsvoornemens. d. bij plannen, projecten en programma’s met betrekking tot onderhoud.

Rechtspraak bij dit artikel