Naar hoofdinhoud

Artikel 3. Participatie

Artikel 3. Participatie

Onderdeel van PARTICIPATIE- EN INSPRAAKVERORDENING RENSWOUDE

1. Het bestuursorgaan kan bepalen dat participatie wordt toegepast. Daarbij neemt het bestuursorgaan een besluit over: a. het doel en de intentie van de participatie; b. het niveau van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen, of een combinatie hiervan en de wijze waarop de inbreng van inwoners zal doorwerken in de besluitvorming; c. de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor de participatie; d. de te betrekken inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden (of een ieder) en de wijze waarop verschillende (groepen) belanghebbenden worden benaderd, de openbaarheid van informatie en de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; e. de kosten van het participatieproces. 2. Het bestuursorgaan geeft voor de start van het participatieproces kennis van het in het eerste lid bedoelde besluit op de voor dat proces geschikte wijze. 3. Als het voornemen een wijziging van het omgevingsplan betreft, wordt kennis gegeven van het besluit gelijktijdig met de in de artikel 16.29 van de Omgevingswet voorgeschreven kennisgeving van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. 4. De raad en burgemeester en wethouders stellen beleidsregels vast over participatie bij besluiten op grond van de Omgevingswet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel