Beleid gemeente Twenterand
Belangrijk uitgangspunt in de wetgeving is de verantwoordelijkheid, die de perceeleigenaar op eigen terrein heeft voor maatregelen tegen grondwaterproblemen. Deze verantwoordelijkheid geldt ook voor de gemeente als eigenaar van de openbare ruimte.
Eventuele gemeentelijke maatregelen in het openbaar gebied, zijn alléén aan de orde bij ‘structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand’. Er moet dus sprake zijn van een probleem. Als er sprake is van problemen als gevolg van grondwater zal de gemeente onderzoek doen naar de mogelijke oorzaak. Zo nodig zal de gemeente één of meerdere peilbuizen plaatsen en gedurende een periode zal dan de grondwaterstand worden gemeten. In gebieden waar geen problemen zijn, worden vooralsnog geen peilbuizen geslagen. In de afgelopen periode is dit niet voorgekomen. Mocht zich dat in de komende planperiode voordoen, dan wordt uit bestaande middelen geput.
Maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden
De volgende maatregelen worden uitgevoerd:
het volgens de normale frequentie uitvoeren van de reguliere inspectie van de gemeentelijke riolering. Is er de verdenking van lekkage in intrekgebieden dan wordt met prioriteit geïnspecteerd;
het volgens de gebruikelijke werkwijze uitvoeren van onderhoud en beheer van de riolering;
het consulteren van provincie en Vitens bij aanleg c.q. vervanging van riolering in grondwaterbeschermingsgebieden.
het adequaat toepassen van NEN 3650 bij aanleg en beheer van riolering in grondwaterbeschermingsgebieden;
het vervangen en repareren (onder andere relinen) volgens de standaard procedure;
het vastleggen en inzicht hebben in de ligging van hemelwaterriolering en infiltratievoorzieningen in intrekgebieden, zodat bij calamiteiten duidelijk is, welke maatregelen genomen moeten worden;
het opsporen en verhelpen van foutaansluitingen bij nieuwe afkoppelprojecten (vooral ondergronds).
Het gebiedsdossier voor de drinkwaterwinning Hammerflier is in 2023 herzien.
Verantwoordelijkheid particuliere terreinen
De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. De perceeleigenaar is ook zelf verantwoordelijk voor het op eigen perceel treffen van maatregelen tegen grondwateroverlast voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van de buur (overheid of particulier). Bij grondwaterproblemen mag dus in de eerste plaats van de perceeleigenaar worden verwacht, dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen neemt. De verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar voor de staat van zijn eigen woning en perceel komt neer op het voldoen aan de bouwregelgeving uit de Woningwet en de daarop gebaseerde regelgeving (het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening). In dit kader zijn van belang de voorschriften rond de vochtdichtheid van verblijfsruimten. De bouwregelgeving verplicht niet tot het waterdicht maken van ruimten beneden de begane grondvloer, tenzij deze ruimten als een zogenoemd verblijfsgebied worden gebruikt, dat wil zeggen ruimten waar mensen regelmatig verblijven. Hiervoor is in de bouwregelgeving bewust gekozen. Gemeenten hoeven in hun beleid dan ook evenmin als uitgangspunt een grondwatersituatie te hanteren, waarbij kelders of kruipruimten gevrijwaard worden van grondwateroverlast. Kelders en kruipruimten zijn namelijk geen verblijfsruimten. De wetgeving geeft verder expliciet aan dat de particulier zelf moet zorgen (via bouwkundige en/of waterhuishoudkundige maatregelen en voorzieningen), dat zijn gebouw voldoet aan wensen die hij daarbovenop zelf heeft ten aanzien van het object. Concreet is deze passage voor gemeenten van belang bij discussies met particulieren over aanpak van overlast in kelders of kruipruimten.