Voorzorgbeginsel als uitgangspunt
Het voorzorgsbeginsel is van toepassing als er een onvoldoende bekende relatie is tussen de bron en het effect van bijvoorbeeld een emissie op de gezondheid. Het gaat daarbij om onzekerheid, een wetenschappelijk gat tussen een bekend effect (‘minder gezondheid’) en onzekere oorzaak (‘onaanvaardbare emissie van stof X’). Op dat moment kan het voorzorgs- beginsel helpen door als element in het onderzoek naar de feiten en belangen te dienen, in combinatie met de motivering van het besluit. Het voorzorgsbeginsel is vooral van toepassing bij reguleringsbesluiten. Binnen deze besluiten is het voorzorgsbeginsel geen grondslag op zich, maar een onderdeel van het beoordelingskader om te komen tot een specifiek besluit. Dit betekent dat de OD NZKG waar mogelijk streng is in zijn regulering. Dit betekent onder andere het voorschrijven van maatregelen in het kader van scherp vergunnen, met korte termijnen en minimaliserende normen. Het voorzorgsbeginsel toepassen kan helpen bij het motiveren van maatregelen waar onzekerheid is over de exacte wetenschappelijke onderbouwing.
Algemene zorgplicht
De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Hoe uitvoering moet worden gegeven aan deze zorgplicht, bij gebrek aan specifieke regels is de komende periode een aandachtspunt.
Mandaat
De gemeenten en provincies hebben voor de taken mandaat verleend aan de omgevingsdiensten. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de bevoegdheden worden gedelegeerd. In de ‘package deal’ is afgesproken dat de dagelijks besturen van de gemeenten en de provincies verantwoordelijk blijven voor de uitvoering in concrete gevallen.
De regels over mandaat staan in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De kern daarvan is dat de mandaatverlener verantwoordelijk blijft voor en zeggenschap behoudt over de in mandaat uitgeoefende bevoegdheden en het mandaat kan intrekken. Dit betekent dat het bevoegd gezag – het politieke bestuur – in alle gevallen de bevoegdheid houdt om zelf een beslissing te nemen. Het bestuur heeft daardoor altijd de mogelijkheid om te besluiten de gemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen. In het geval dat op basis van het mandaat door de OD NZKG namens het bevoegde gezag een beslissing wordt genomen, draagt het bevoegde gezag de volledige verantwoordelijkheid voor het genomen besluit.
In de wet VTH hebben de omgevingsdiensten een wettelijke basis gekregen. Volgens de Memorie van Toelichting is uitgangspunt dat zij functioneren op basis van een mandaat van GS en B&W. Het idee is volgens de Memorie van Toelichting dat mandatering van bestuurlijke handhavingsbevoegdheden aan de omgevingsdiensten de bestuurders in staat stelt enige afstand te nemen, wat het doortastend en onafhankelijk handhavend optreden tegen overtredingen bevordert. Onafhankelijkheid is uitgangspunt voor zover de OD NZKG betrokkenheid heeft bij de strafrechtelijke handhaving. In de bestuursrechtelijke handhaving wordt de onafhankelijkheid begrensd door de Awb die veel bevoegdheden voorbehoudt aan de mandaatgever.
Risico- en aandachtsdossiers
Vanuit de OD NZKG wordt gerapporteerd over (potentieel) politiek en/of bestuurlijk gevoelige dossiers aan de betreffende portefeuillehouder van het college van B&W/ Gedeputeerde Staten. Eventuele opties voor te nemen beslissingen worden voorgelegd. De aanpak van de OD NZKG is altijd gericht op het bereiken van een situatie die voldoet aan wet- en regelgeving. Samen met de betrokken partijen worden criteria vastgesteld voor de specifieke invulling en de bijbehorende maatstaven. Hierbij kan gedacht worden aan dossiers met conflicterende belangen, wat ze bestuurlijk gevoelig maakt, alsook aan risico’s op het gebied van externe veiligheid en gezondheid, ernstige nalevingsproblemen en milieucriminaliteit.
Consignatiedienst
De OD NZKG voert, onder de naam Consignatiedienst, vier 24/7-beschik- baarheidsdiensten (piketten) uit voor de veiligheidsregio’s Amsterdam- Amstelland (VrAA: Amsterdam, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder- Amstel en Uithoorn) en Kennemerland (VrK: alleen Haarlemmermeer):
Milieu-Omgevingszorg (ook inzetbaar voor de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (alleen Zaanstad);
Bouw-Omgevingszorg;
Hoofd Omgevingszorg (inclusief lid Regionaal Operationeel Team-ROT);
Communicatie.
Tevens is een vijfde 24/7-beschikbaarheidsdienst van de OD NZKG, Milieu- Seveso, oproepbaar door de Veiligheidsregio’s in Noord-Holland, Flevoland en Utrecht in geval van incidenten bij bedrijven in deze provincies, die vallen onder het provinciaal bevoegd gezag en waarvoor de OD NZKG de VTH- taken uitvoert. Om adequaat bij incidenten te kunnen optreden worden door het jaar heen oefeningen, al dan niet samen met externe partners, en specifieke cursussen georganiseerd.
In de volgende hoofdstukken wordt de strategie vertaald naar de inzet op milieu, bodem en bouw. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfs- en niet-bedrijfsgebonden activiteiten.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Overige uitgangspunten
Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 ODNZKG