Omgevingsdiensten hebben als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw. Ze dragen bij aan
het handhaven van wettelijke voorschriften en spelen een cruciale rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG richt zich voornamelijk op bedrijven en ondernemingen. Deze doelgroep omvat een breed scala aan bedrijfstakken in het Noordzeekanaalgebied, waaronder havens, petrochemische complexen, energiecentrales, raffinaderijen, logistieke ondernemingen en diverse andere industriële faciliteiten. Deze bedrijven variëren van grote multinationals tot kleine en middelgrote onder- nemingen en zijn actief in sectoren zoals scheepvaart, logistiek, chemie, afvalverwerking en metaalbewerking.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heeft de verantwoordelijkheid voor het toezicht op ruim 20.000 bedrijven in het gebied. Van deze bedrijven worden er 217 aangemerkt als complexe bedrijven, doorgaans met aanzienlijke milieu-impact. De overige bedrijven vallen onder 21 verschillende bedrijfstakken, wat een divers scala aan sectoren vertegenwoordigt. Als Omgevingsdienst vervult de OD NZKG een essentiële rol in het handhaven van de naleving van milieuregelgeving door deze bedrijven. Via inspecties, regulering en handhaving zorgt de OD NZKG ervoor dat de bedrijven voldoen aan de geldende milieuvoorschriften, wat bijdraagt aan een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving voor zowel mens als natuur in het Noordzeekanaalgebied. Door het toepassen van de in hoofdstuk 2 en bijlage 5 genoemd opgave- gerichte probleem- en risicoanalyse stelt de OD ZNKG de volgende prioriteiten:
Duurzaamheid: Energiebesparing, Vervoersmanagement, Waterbesparing en Hernieuwbare energie en Grondstoffentransitie.
Omgevingsveiligheid: Landelijke VTH-programma Seveso, Externe veilig- heid, Asbest, Bodem, Klachten en ongewone voorvallen, hernieuwbare energie, Grondstoffentransitie, Ketentoezicht en Ondermijning.
Milieugerelateerde gezondheid: Vervoersmanagement, Luchtkwaliteit, ZZS, Geur, Geluid, Asbest, Waterkwaliteit en Bodemverontreiniging, Klachten en Ongewone voorvallen, Hernieuwbare energie en Grond- stoffentransitie, Ketentoezicht en Ondermijning.
Tabel 2 heeft tot doel de verbanden tussen deze thema’s en bedrijfstakken (bedrijven) te verduidelijken. Dit dient als een introductie om inzichtelijk te maken hoe deze onderwerpen met elkaar samenhangen. De vertaling naar de prioritaire bedrijfstakken in relatie tot bredere opgaven en focusgebieden, zoals beschreven in het Beleidskader (Deel 1), maakt deel uit van de daaropvolgende hoofdstukken over regulering- en nalevingsstrategie en adviesverlening. Deze tabel vloeit voort uit de opgavegerichte, op risico gebaseerde prioritering (paragraaf 2.3), en met name stap 3: Identificatie van verantwoordelijkheid, risico’s en impact.
A Reguleringsstrategie
Regulering (voorheen ‘vergunningverlening’) is de toetsing van (voor- genomen) bedrijfsactiviteiten aan wettelijke en beleidsregels. Op basis daarvan worden toepasselijke maatregelen afgewogen, redelijke eisen die worden gesteld aan de bedrijfsuitvoering, en vertaald in vergunning-voorschriften of maatwerkvoorschriften. Met de vergunning wordt formeel toestemming gegeven voor uitvoering van de bedrijfsactiviteiten, conform de voorschriften (naast rechtstreeks werkende regels) en is een juridische voorwaarde voor het bedrijf om deze activiteiten te kunnen uitvoeren.
Daarmee is de vergunning tevens de grondslag voor toezicht op een recht- matige uitvoering van activiteiten en eventuele handhavingsmaatregelen, mocht een vergunninghouder zich niet aan de voorschriften houden.
Vanaf 2024 ondergaat regulering een aanzienlijke verandering, wat een breuk betekent met de aanpak van de afgelopen decennia. Deze verandering wordt aangestuurd door meerdere factoren, waaronder de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Deze wet brengt met zich mee dat een groter aantal activiteiten onder algemene voorschriften valt, waardoor er minder specifieke vergunningen vereist zijn. Bovendien wordt het instrumentarium nog volop ontwikkeld. Een belangrijk aspect van deze verandering is de nauwe samenwerking tussen omgevings- diensten, gecoördineerd door OD.nl, in het kader van de Landelijke Vergunningen Strategie. Hierdoor wordt een gecoördineerde aanpak van vergunningverlening en regelgeving mogelijk gemaakt en kan er efficiënter worden gewerkt in het nieuwe regelgevingslandschap. Ook de maatschappelijk toenemende bewustwording van de omgevingskwaliteit, nieuwe inzichten, bestuurlijke verantwoordelijkheden en eisen die zich van daaruit vertalen zijn van invloed op de taakuitvoering van regulering.
Om deze reden bevat deze Reguleringsstrategie hoofdzakelijk strategische uitgangspunten, die in 2024-2025 nader worden uitgewerkt in bijvoorbeeld concrete werkwijzen en prioriteitstelling.
Omgevingswet
Uitgangspunten van de Omgevingswet zijn: minder regels en meer ruimte voor initiatieven in het fysieke domein, vertrouwen (maar waar nodig ook doeltreffend en harder optreden), meer eigen verantwoordelijkheid met zorgplicht, en een evenwichtige ontwikkeling van de ruimtelijke omgeving. Daarin is een kanteling besloten van het instrumenteel toepassen van afzonderlijke regels, naar beleidsopgaven en afwegingen van ruimtelijke en bedrijfsontwikkelingen in relatie tot de feitelijk lokale omgevings- en levenskwaliteit, het milieu, afhankelijk van de situatie (‘opgave-gericht’).
De volgende pijlers van de Omgevingswet zijn voor OD NZKG/de Noord- Hollandse omgevingsdiensten richtinggevend in de uitvoering van regulering:
Concreet is vanaf 2024 in sommige gevallen een specifieke vergunning niet meer nodig voor bepaalde activiteiten en gelden daarvoor algemene, rechtstreeks werkende regels. Het principe is bij voorbaat ‘ja, mits’ in plaats van ‘neen, tenzij’. Onder Omgevingswet is de vergunningplicht gekoppeld aan activiteiten. Wat milieu betreft is de vergunningplicht gekoppeld aan het verrichten van een milieubelastende activiteit. Indien binnen een bedrijf meerdere milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd, kunnen er voor een bedrijf meerdere vergunningplichten gelden. Voor het beoordelen van de vergunningaanvragen milieu geldt standaard de reguliere voorbereidingsprocedure. Hierdoor geldt een kortere beslistermijn (acht weken). Alleen in uitzonderingsgevallen geldt de uitgebreide voor- bereidingsprocedure met een beslistermijn van zes maanden. Op grond van de Omgevingswet kan ook advies of instemming nodig zijn van een ander bevoegd gezag.
Vaak is een melding op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving vereist voor een milieubelastende activiteit. Per bedrijf kunnen er meerdere meldingsplichten gelden als er meerdere milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd. Het is verboden om een milieubelastende activiteit uit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. Nieuw is dat het Besluit activiteiten leefomgeving voor specifieke gevallen de mogelijkheid biedt om het treffen van een gelijkwaardige maatregel te melden. In die gevallen is geen besluit van het bevoegd gezag vereist waarbij het toestemming verleent om een gelijkwaardige maatregel te treffen. Het Besluit activiteiten kent ook plichten om gegevens en bescheiden in te dienen en de plicht om te informeren. Uitgangspunt is dat een bedrijf moet voldoen aan de algemene regels van het Besluit activiteiten leefomgeving maar het Besluit activiteiten leefomgeving kent ook een ruime maatwerkmogelijkheid. Daarmee kunnen de maatschappelijke doelen uit de wet en de beleidsdoelen in de regio worden doorvertaald naar specifieke voorschriften voor (milieubelastende) activiteiten. De Omgevingsplannen zullen ook algemene milieuregels bevatten: vergunningplichten, plichten om gegevens in te dienen (gegevens en bescheiden/informeren) de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen, de mogelijkheid om gelijkwaardige maatregelen te treffen.
Onder de Omgevingswet blijft een vergunning vereist voor activiteiten die aanzienlijk van omvang zijn, aanzienlijke milieurisico’s met zich meebrengen, of potentieel schadelijk zijn voor het milieu. Gezien de aard van de bedrijfsactiviteiten waarvoor de OD NZKG verantwoordelijk is, blijft de vergunningplicht van toepassing op het merendeel van deze activiteiten.
Het mogelijk maken van (economisch en maatschappelijke) ontwikkelingen, in evenwicht met de omgevings- en levenskwaliteit staat voorop. Waarin niet meer strikte, afzonderlijk instrumenteel vastgelegde regels gelden, maar de vraag ‘wat is de opgave in deze omgeving?’. Integraal opgave-gericht denken, in plaats vanuit afzonderlijke, en vaak conflicterende sectoraal bepaalde regels.
Tot slot zal participatie, het betrekken van de omgeving bij nieuwe en veranderende bedrijfs- en potentieel milieu-beïnvloedende activiteiten, onder de Omgevingswet steeds belangrijker worden in de regulering.
Prioritaire inzet Regulering
Maatschappelijk en bestuurlijk zijn er ontwikkelingen en behoeften om juist strengere milieuregels toe te passen uit oogpunt van klimaatbescherming, veiligheid en milieu-gerelateerde gezondheid. OD NZKG is een uitvoeringsorganisatie van het bevoegd gezag en maakt in de taakuitvoering zelf géén maatschappelijk-bestuurlijke afwegingen. In afzonderlijke gevallen is dat ook niet mogelijk, bijvoorbeeld uit oogpunt van rechtsgelijkheid. OD NZKG heeft wel een zelfstandige verantwoordelijkheid en staat voor een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving. Maatschappelijke en bestuurlijke behoeften vertalen zich wel door in uitgangspunten voor de reguleringsstrategie (voor zover dat past binnen de gegeven kaders van uitvoeringstaakstelling, beleid, wet- en regelgeving). Naast de Omgevings- wet is dit een uitgangspunt voor de reguleringsstrategie van OD NZKG.
Concreet vertaalt zich dit in twee sporen voor de uitvoering:
Scherp vergunnen:
Ingezet wordt op normen in de vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften, waarmee aan de strengste eisen in wetgeving wordt voldaan. Dat betreft vooral normen voor de uitstoot van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid en het klimaat. Bovendien stimuleren we bedrijven aan verdergaande normen te voldoen, als de situatie of potentiële milieuverbetering dat rechtvaardigt. In ieder geval is een steekhoudende motivatie van bedrijven vereist, als in aanvragen niet aan de ondergrens van BBT-normen wordt voldaan.
Risicogericht vergunnen:
We geven prioriteit aan die zaken, die de meeste impact hebben (met de slimste inzet van capaciteit en middelen). Voorrang krijgen bijvoorbeeld actualisaties van vergunningen, die de grootste vermindering kunnen opleveren van de uitstoot van stoffen die het meest schadelijk zijn voor klimaat en milieu-gerelateerde gezondheid. Zo ontstaat tegelijkertijd meer gelegenheid (capaciteit) om de aandacht te richten op scherp vergunnen, waar dat is gewenst.
In de uitwerking daarvan gelden de volgende prioriteiten uit de U&H- strategie en worden nader uitgewerkt. In de lijn van onderstaande tabel:
Van Strategie naar uitvoering
De hierboven benoemde maatwerkafspraken zijn strategische uitgangs- punten. Daarmee wordt recht gedaan aan ontwikkelingen van maatschappelijk bewustzijn over de leefomgeving, bestuurlijke verantwoordelijkheid en principes van de Omgevingswet, die zich door-vertalen in de in de uitvoeringstaken van OD NZKG (zonder dat OD NZKG zelf maatschappelijk- bestuurlijke afwegingen maakt en voor zover passend binnen het kader van uitvoering, beleid, wet- en regelgeving.
Deze uitgangspunten worden werkenderwijs in de uitvoeringspraktijk vertaald. De nieuwe uitgangspunten voor prioriteitstelling betekenen bijvoorbeeld niet, dat andere, tevens belangrijke thema’s geen aandacht meer hebben of, laat staan, vergunningaanvragen buiten de prioritering onder de tafel zouden vallen.
De wettelijke uitvoeringskaders met bijvoorbeeld behandelingstermijnen en afspraken op landelijk niveau met omgevingsdiensten en andere overheidsinstanties in de keten, alsmede met het lokaal en regionaal bestuur (bijvoorbeeld over de actualiteit van het vergunningenbestand) blijven uiteraard van kracht. Uitgangspunten voor prioriteitstelling zijn daarin echter noodzakelijk en onvermijdelijk, zowel uit oogpunt van maatschappelijk-bestuurlijk belang en milieu-effectiviteit als efficiency door het grote werkaanbod.
Landelijke afstemming en vergunningverleningsstrategie
De reguleringsstrategie van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) en de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord-Holland wordt landelijk afgestemd en, indien nodig, aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en landelijke en Europese regelgeving. Op landelijk niveau is een Landelijke Vergunningen Strategie (LVS) opgesteld door de omgevingsdiensten (onder leiding van OD.nl), die als richtlijn dient voor verdere uniforme ontwikkeling.
Opgavegerichte prioritering Regulering
Tabel 4 is richtinggevend en gebaseerd op de primaire inzet voorkomend uit tabel 1 uit paragraaf 2.3.
Gelijkluidende reguleringsstrategie Noord-Hollandse omgevingsdiensten
In het kader van de Gezamenlijke Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Noord-Holland zijn gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd. Hierbij zijn de eerste stappen gezet om het onderwerp af te bakenen en een uniforme aanpak te ontwikkelen. Het doel van deze uniforme aanpak is om zowel vraag gestuurd als risico- en opgavegericht te zijn, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwe initiatieven en bestaande vergunningen en prioritering hier binnen. Dit omvat afspraken over het optimaliseren en versnellen van vergunningsprocessen waar mogelijk, evenals het actualiseren van bestaande vergunningen met prioriteit in het licht van regionale uitdagingen, waarbij impact kan worden bereikt op deze opgaven, zoals het aanscherpen van vergunningen. Dit vereist goede samenwerking met alle betrokken instanties. De eerste gezamenlijke bevindingen maken integraal onderdeel uit van bovenstaande reguleringsstrategie.
B Nalevingsstrategie
De hieronder beschreven nalevingsstrategie legt een solide basis voor een opgavegerichte en risico-gestuurde aanpak. De OD NZKG zal de komende jaren de methodiek verder ontwikkelen en gebruikmaken van de huidige inzichten en analyses als fundament voor een informatiegestuurde aanpak. Deze aanpak richt zich zowel op het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving als op het benutten van de kennis en ervaring van de dienst om aan maatschappelijke uitdagingen tegemoet te komen. Prioritering van de brancheaanpak is dus zowel risicogestuurd als gericht op het realiseren van de impact. Concreet betekent dit dat bepaalde branches, bedrijven, milieubelastende activiteiten voorrang krijgen op basis van deze methodiek. Een belangrijk ontwikkelpunt voor de komende jaren zal werken onder de Omgevingswet zijn.
Optreden eigen bestuursorgaan/namens andere bestuursorganen
Ingevolge het Omgevingsbesluit moeten overheden aangeven hoe wordt opgetreden tegen overtredingen van regels die begaan zijn door of in naam van het bestuursorgaan of andere organen van de overheid. Burgemeester en Wethouders en Gedeputeerde Staten zijn niet alleen bevoegd gezag in omgevingszaken, maar hebben ook vele andere taken. Het kan voorkomen dat bij de uitvoering van die taken niet aan het omgevingsrecht wordt voldaan. Te denken valt aan eigen bedrijven (zoals een gemeentewerf) die niet aan de omgevingsvergunning voldoen of bouwactiviteiten van gemeentelijke of provinciale projecten in strijd met de bouwregelgeving.
Onderscheid in werkelijke situaties
Bij de handhaving van dergelijke overtredingen is het relevant een onder- scheid te maken tussen verschillende situaties waarin de gemeente of de provincie bevoegd gezag is:
Een andere overheid is in overtreding;
Een (semi) private overheidsinstelling waaraan de gemeente of provincie deelneemt is in overtreding;
De gemeente of provincie is zelf in overtreding;
Specifiek binnen Amsterdam: de gemeente Amsterdam of een bestuurs- commissie is in overtreding en een ander orgaan binnen de gemeente is het bevoegd gezag.
Intensieve handhaving
Bij de maatwerktrajecten hebben we veelal te maken met de notoire overtreders, de ondernemers met calculerend gedrag, de uitstellers, de bedrijven met een gebrek aan deskundigheid, of bijvoorbeeld een slechte veiligheidscultuur. Per maatwerktraject worden de interventies bepaald om te komen tot een duurzame naleving door het bedrijf. Zo kan bijvoorbeeld een bedrijf onder verscherpt toezicht worden gesteld. De bevoegdheid om een bedrijf onder verscherpt toezicht te stellen, valt binnen het mandaat van de OD van VTH-taken. De betreffende deelnemer(s) worden hierover geïnformeerd.
Bestuursrechtelijke strafbeschikking
Bij de bestuurlijke strafbeschikking voor milieufeiten, waarin een geldboete kan worden opgelegd voor misdrijven of overtredingen in de sfeer van
de milieuwetgeving, voor zover die van geringe ernst of eenvoudige aard zijn (milieufeiten) en voor zover het binnen het reguliere takenpakket van de OD NZKG valt. In het Besluit OM is de afdoening aan de directeur een zelfstandige strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend, die in volledige onafhankelijkheid moet worden uitgevoerd.
De OD NZKG heeft zichzelf tot doel gesteld om uiterlijk in 2024 een volwaardige partner te zijn voor strafrechtelijke partners door:
Op peil hebben capaciteit van de BOA’s;
Actieve samenwerking met handhavingspartners op lokaal, regionaal en landelijk niveau, gericht op kennisdelen, samenwerking en ketentoezicht;
Strafrecht integraal onderdeel aanpak OD NZKG;
Deskundige invulling aan de LHS-O) en volgen overtredingen strafrechtelijk op;
Onderdeel van aanpak Ondermijning en ketentoezicht;
Implementatie bestuurlijke boete als handhavingsinstrument onder de Omgevingswet.
Opgavegerichte prioritering Naleving
Tabel 5 is richtinggevend en gebaseerd op de primaire inzet voorkomend uit tabel 1 in paragraaf 2.3.
Gelijkluidende nalevingsstrategie Noord-Hollandse Omgevingsdiensten
Onder de nalevingsstrategie wordt verstaan: richtinggevende keuzes voor de inzet van het instrumentarium dat de naleving van geldende wet- en regelgeving bevordert (het naleefgedrag). Hieronder worden gerekend, de:
Preventiestrategie,
Toezichtstrategie,
Handhavings-strategie (incl. sanctionerings-strategie en gedoogstrategie).
Preventiestrategie
Definitie van preventie
Onder ‘preventie’ wordt verstaan: de spontane naleving van wet- regelgeving voor de fysieke leefomgeving.
Gedeelde visie op preventie onder de Omgevingswet
Voor bevordering van het spontane naleefgedrag wordt ingezet op voorlichting en het uitleggen van het doel van wet- en regelgeving. Relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en rechtstreeks daarbij betrokken belangen worden in samenhang beschouwd, en kunnen vragen om specifieke voorlichting. Adequate voorlichting kan de noodzaak tot interventie en correctie verkleinen. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stellen voor preventie het volgende gedeelde uitgangspunt.
Werkwijze voor preventie
De OD NZKG communiceert actief over de in hun werkgebied geldende voorschriften, aan instellingen, bedrijven en burgers. Hiertoe worden diverse communicatiemiddelen ingezet, gericht op voorlichting en ondersteunend optreden (zoals vooroverleg).
Toezichtstrategie
Definitie van toezicht
Onder toezicht wordt verstaan: de werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Toezicht heeft een belangrijke preventieve werking. Doel hierbij is bevordering van het naleefgedrag van wet- en regelgeving door inwoners, bedrijven en instellingen.
Visie op toezicht onder de Omgevingswet
Toezicht wordt uitgevoerd op basis van de geldende wettelijke voorschriften, zoals vergunningen of meldingen. Toezicht zal zich onder de Omgevingswet naast risico’s steeds meer richten op de beleidsopgaven. Daarmee verschuift het toezicht voor een deel van routinematige, integrale, controles op basis van risico (gevaaraspect/veiligheid), het jaarlijkse lijstje, naar steeds meer specifiek ingericht toezicht gericht op een opgave of activiteit. Daarbij moet naar de passende vorm van toezicht worden gezocht (fysiek, administratief, zelfcontrole, op afstand, in samenwerking met partners, ketentoezicht, datagericht). Net als bij regulering kunnen de Noord-Hollandse omgevings- diensten bij toezicht het voorzorgbeginsel gebruiken.
De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stellen voor toezicht de volgende gedeelde uitgangspunten.
Werkwijze voor toezicht
Toezichtcontroles worden voorbereid op basis van een prioriteitenstelling die de OD NZKG maakt in haar uitvoerings- en handhavingsstrategie.
De Omgevingsdienst wijst een toezichthouder aan om de betreffende controle uit te voeren. Hierbij geldt het volgende. Een toezichthouder controleert geen vergunning die hij zelf heeft opgesteld. Deze rollen zijn nadrukkelijk gescheiden. De Omgevingsdienst rouleert periodiek tussen toezichthouders per instelling, zodat een toezichthouder slechts een beperkt aantal keer eenzelfde instelling controleert. Bij uitzondering wordt van deze beginselen afgeweken – bij voorbeeld in geval van het uitsluitend voorhanden zijn van specifieke specialistische kennis bij één toezichthouder.
Controles
Aan de hand van de prioriteitenstelling wordt in het jaarlijks uitvoeringsplan beschreven welke controles in het betreffende jaar zullen worden uitgevoerd. De Omgevingsdienst bepaalt daarbij welke vorm van toezicht passend is: een controle ter plaatse, administratief toezicht of een combinatie. Voor IPPC-installaties geldt de minimale controlefrequentie overeenkomstig Omgevingsbesluit 13.7. Voor niet-IPPC-installaties is de controlefrequentie afhankelijk van de uitkomsten van de analyse van problemen en prioriteiten- stelling van de individuele Omgevingsdienst.
Integrale controles
Onder een integrale controle verstaan we het uitvoeren van een fysieke controle bij een bedrijf, waarbij alle milieu-gerelateerde aspecten vanuit de Omgevingswet (inclusief geldende richtlijnen) die van toepassing zijn op dat bedrijf worden gecontroleerd. Indien nodig voeren we deze controles ook uit in samenwerking met onze partners. De verzamelde gegevens worden vastgelegd in checklists en controleverslagen, en deze informatie wordt opgenomen in het digitale VTH-systeem. Vervolgens wordt er een rapport uitgebracht aan het betrokken bedrijf.
Themacontroles
Themacontroles omvatten zowel fysieke controles, administratieve controles als het nemen van monsters bij bedrijven waar specifieke thema’s relevant zijn. Deze thema’s zijn gerelateerd aan de focuspunten die zijn geïdentificeerd in de strategie van de Omgevingsdienst, zoals energie- besparing, indirecte lozingen, externe veiligheid, en andere relevante onder- werpen. Indien nodig worden deze controles ook in samenwerking met externe partners uitgevoerd. De verzamelde gegevens worden vastgelegd in checklists en controleverslagen, en deze informatie wordt opgenomen in het digitale VTH-systeem. Er wordt vervolgens een rapport uitgebracht aan het betrokken bedrijf.
Administratieve controles
Bij administratieve controles wordt een bedrijf gecontroleerd op basis van documenten, zoals keurings- of inspectierapporten, waarin een of meerdere milieu-gerelateerde aspecten vanuit de Omgevingswet (inclusief geldende richtlijnen) die van toepassing zijn, worden geëvalueerd. De verzamelde gegevens worden vastgelegd in het digitale VTH-systeem, en er wordt een rapport uitgebracht aan het betrokken bedrijf.
Oplevercontrole
Een oplevercontrole betreft het eerste toezichtsbezoek na de verlening van een vergunning of na de acceptatie van een melding. Incidentele controles (naar aanleiding van een klacht) Naast de reguliere controles organiseert de Omgevingsdienst incidentele controles, die plaatsvinden naar aanleiding van klachten, meldingen van ongewone voorvallen, handhavingsverzoeken, of in het kader van surveillance of hercontroles. In elke situatie bepaalt de Omgevingsdienst of een fysieke controle ter plaatse, een administratieve controle, of een combinatie van beide het meest geschikt is.
Projectmatige controles
Naast de reguliere (integrale) controles en incidentele controles wordt er ook een projectmatige aanpak gehanteerd. Dit wordt toegepast wanneer het toezicht zich richt op een specifiek aspect of een bepaalde doelgroep, bijvoorbeeld bij het controleren van de voorschriften voor propaantanks of bij ketentoezicht dat de gehele branche overspant.
Gedurende een controlebezoek
Gedurende een controle ter plaatse worden, in het kader van integraliteit, (zo veel mogelijk) verschillende rechtsgebieden binnen het omgevingsrecht getoetst. Zo wordt zorggedragen voor een efficiënte wijze van toezicht, en een minimale belasting voor de gecontroleerde instelling.
Administratieve controles toetsen de juiste administratieve vastlegging van wettelijke verplichtingen, al dan niet volgend uit vergunningen en ontheffingen. Dit gebeurt door schriftelijke informatie (zakelijke gegevens en bescheiden) te controleren. Hierbij wordt in ieder geval gecontroleerd of informatie op correcte wijze is verwerkt, of installaties tijdig gekeurd zijn en of formulieren juist worden gebruikt en opgeborgen. Voorbeelden zijn: energiebesparingsonderzoeken, meetrapporten, transportformulieren en keuringsbewijzen, EPRTR-bedrijven.
Na een controlebezoek
In beginsel wordt door omgevingsdiensten de volgende werkwijze gehanteerd na een controlebezoek. Binnen twee weken na een toezichtcontrole wordt de gecontroleerde instelling op de hoogte gesteld van de resultaten van de controle en de gevolgen die eventueel door de gecontroleerde instelling aan deze bevindingen dienen te worden gegeven. Bijvoorbeeld kan de instelling worden gemaand om geconstateerde overtredingen te beëindigen (door middel van een waarschuwingsbrief of in een sanctie- besluit). Na elk controlebezoek bij een IPPC-installatie gelden de termijnen zoals beschreven in artikel 13.7 van het Omgevingsbesluit.
Bij een hercontrole
Bij een hercontrole controleert de toezichthouder of de betreffende instelling of persoon voldoende gevolg heeft gegeven aan de waarschuwing of opgelegde sanctie(s). Een hercontrole vindt plaats na de gestelde termijn die is genoemd in de brief die de overtreder heeft ontvangen na de voorgaande controle.
Samenwerking en afstemming
De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stemmen met hun deelnemers (i.e. opdrachtgevers) af in een ambtelijk omgevingsoverleg, waarin lopende trajecten en specifieke casussen worden besproken. In voorkomende gevallen kan de opdrachtgever de Omgevingsdienst een suggestie/aanwijzing doen aangaande de wijze en vorm van toezicht bij een organisatie of specifieke locatie.
Twee omgevingsdiensten, de ODNZKG en de ODNHN, voeren in opdracht van de Provincie Noord-Holland specifieke taken uit die de andere omgevingsdiensten niet uitvoeren. Bijgevolg voeren deze omgevingsdiensten werkzaamheden uit bij instellingen in het werkgebied van de ODIJ en de OFGV. Om deze werkzaamheden op elkaar af te stemmen onderhouden de omgevingsdiensten nauw contact.
Handhavingsstrategie
Definitie van handhaving
Onder handhaving wordt verstaan: het handhavend optreden vanwege de constatering van niet naleven van wet- en regelgeving. Handhaving volgt in beginsel uit toezicht. Sanctioneren en gedogen worden beschouwd als onderdeel van handhaven. De handhavingsstrategie bevat dan ook de sanctionerings- en de gedoogstrategie.
Visie op handhaving onder de Omgevingswet
Om bij iedere overtreding de juiste interventie te plegen is zorgvuldige afweging nodig. Het handhavingsinstrumentarium van de omgevings- diensten verandert onder de Omgevingswet nauwelijks. Een nieuw in te zetten instrument bij bestuursrechtelijke handhaving is de bestuurlijke boete. De omgevingsdiensten volgen hiervoor de Landelijke Handhavingsstrategie, onder de Omgevingswet genaamd de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) en de Landelijke Handhavingsstrategie Brzo (LHS Brzo), en dragen zorg voor adequate afstemming met samenwerkings- partners. Voor geheel Noord-Holland wordt een gelijk speelveld beoogd. Overheden worden hierbij op eenzelfde wijze behandeld als burgers en bedrijven. De teksten hieronder zijn geschreven op basis van de LHSO.
De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stellen voor handhaving de volgende gedeelde uitgangspunten.
Werkwijze voor handhaving
De OD NZKG hanteert voor handhaving de volgende gedeelde werkwijze.
Bij sanctioneren
Sanctionering van overtredingen vindt plaats aan de hand van de interventie- matrix en werkwijze zoals beschreven in de Landelijke Handhaving strategie Omgevingsrecht (LHSO). Voor Seveso-taken hanteert de ODNZKG de Landelijke Handhaving strategie Brzo (LHS-Brzo).
In beginsel wordt gekozen voor de kortst mogelijke hersteltermijn. Indien de technisch uitvoerbare termijn niet acceptabel is in verband met de potentiële risico’s, dan moet de activiteit worden beëindigd of direct aanvullende noodmaatregelen worden getroffen totdat naleving gegarandeerd is. Bij systeemtoezicht wordt onder voorwaarden afgeweken van de LHSO.
Dit is het geval als een instelling zelf een overtreding constateert en zelf afdoende maatregelen neemt voor het herstel en voorkoming van herhaling. In dat geval is het doel van het bestuursrechtelijk optreden al bereikt en kan het achterwege blijven.
Zaken die in aanmerking komen voor strafrechtelijke sanctionering worden voorgelegd aan een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van de OD NZKG. Deze stemt af met het Openbaar Ministerie of, en op welke wijze, strafrechtelijk wordt opgetreden. Strafrechtelijke sanctionering van een overtreding kan gelijktijdig met bestuurlijke sanctionering plaatsvinden.
Overheidsinstanties dienen expliciet te verklaren dat ze de LHS-O (Landelijk Handhavingsstrategie Omgevingsrecht) naleven, waarmee ze instemmen met de daarin opgenomen verplichtingen, met inbegrip van die met betrekking tot dwangsommen. Bovendien dragen overheidsinstanties de verantwoordelijkheid voor het opstellen en vaststellen van deze lijsten. Ze dienen aan te geven welke bevoegde gezagsorganen hun eigen beleids- regels hebben en deze specifiek te benoemen. Het is van essentieel belang op te merken dat bij de uitvoering van taken door de Omgevings- dienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), deze beleidsregels worden toegepast. Als richtlijn hanteert de OD NZKG de landelijke Leidraad met dwangsombedragen en begunstigingstermijnen. Sommige bevoegde gezagen hebben beleidsregels vastgesteld met betrekking tot dwangsom- bedragen.
Bij gedogen
Actief gedogen van een overtreding komt in uitzonderlijke gevallen voor. De nota Gedogen in Nederland vormt hiervoor de richtlijn. Hierin wordt gedogen gedefinieerd als het niet handhavend optreden tegen een overtreding door een bevoegd bestuursorgaan – of gemandateerd handhavende partij zoals een Omgevingsdienst. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in ‘actief’ en ‘passief’ gedogen. Bij actief gedogen treft het bestuursorgaan een expliciete beslissing om de overtreding toe te staan, doorgaans met voorwaarden. Bij passief of stilzwijgend gedogen neemt het bestuursorgaan echter geen formele beslissing om de overtreding toe te staan. In plaats daarvan wordt de situatie gedoogd door simpelweg niet op te treden tegen de overtreding. Er is geen sprake van een expliciete beslissing om te gedogen, en er zijn meestal geen voorwaarden verbonden aan stilzwijgend gedogen.
Actief gedogen kan plaatsvinden in de volgende situaties:
Overgangssituaties:
Concreet zicht op legalisatie,
Bedrijfsverplaatsingen,
Experimenten en andere tijdelijke overtredingen (zie ook 3.);
Overmachtssituaties;
Situaties waarin handhavend optreden onevenredig is.
Indien sprake is van een van de genoemde situaties kan na een zorgvuldige afweging worden besloten om af te zien van handhaving. De OD NZKG informeert het bevoegd gezag voordat namens het bevoegd gezag wordt overgegaan.
Samenwerking en afstemming t.a.v. handhavend optreden
In verschillende overlegstructuren treffen o.a. gemeenten, veiligheidsregio’s, waterkwaliteitsbeheerders, Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T), Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), het Openbaar Ministerie (OM), de politie, de Koninklijke Marechaussee, Rijkswaterstaat en verschillende collega-omgevingsdiensten elkaar. In samenwerking met deze partijen wordt vormgegeven aan landelijk en regionaal geprioriteerde thema’s en activiteiten. Landelijke en regionale dreigingsbeelden (milieu) criminaliteit worden vertaald naar uitvoeringsniveau via het RIEC, milieu- informatie-overleggen, en het selectie-overleg. Over bestuurlijk gevoelige zaken wordt Bevoegd gezag geïnformeerd, conform het geldende informatieprotocol.
Individueel stemmen de omgevingsdiensten af met politie en het OM over de inzet van strafrechtelijke handhaving bij specifieke casussen. Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd.
Informatiegestuurd werken, met oog voor onzekerheden en nieuwe ontwikkelingen, stelt omgevingsdiensten in staat om effectief en efficiënt inzet te plegen. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten ontwikkelen het informatiegestuurd werken verder, door het vergaren, toetsen en uitwisselen van data – onderling en met samenwerkingspartners. Dit gebeurt binnen de grenzen van de wet, in het bijzonder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AGV) en Wet politiegegevens (Wpg), en met aandacht voor de vertrouwelijkheid van informatie. Risico- en aandacht- dossiers worden niet zomaar gedeeld dan wel verspreid met bestuurs- organen of andere partijen.
C Adviesverlening
De OD NZKG wordt door overheden en uitvoeringspartners steeds vaker gevraagd als adviseur bij het opstellen van beleid, regelgeving en initiatieven.
Van ruimtelijke vraagstukken tot het opstellen van nieuw of aanscherping van beleid. Advisering op omgevingsplannen is hier een goed voorbeeld van. Met haar kennis en expertise draagt de OD NZKG een goede bijdrage aan deze beleidsvraagstukken. Advisering is weliswaar geen wettelijke taak van omgevingsdiensten, maar de OD NZKG ziet het als haar taak haar
informatie- en kennispositie door te ontwikkelen gericht op een goede inzet zowel richting de eigen wettelijke taken als richting (beleids)vraagstukken van overheden, bedrijven en inwoners. Prioritering op deze rol maakt daarom ook onderdeel uit van deze U&H-strategie.
Opgavegerichte prioritering adviesverlening
Tabel 6 is richtinggevend en gebaseerd op de primaire inzet voorkomend uit tabel 1 in paragraaf 2.3.
De medewerkers van de ODNZKG zetten hun kennis en ervaring in de eerste plaats in voor vergunningverlening, handhaving en toezicht. De OD NZKG is echter meer dan een taakgerichte uitvoeringsdienst alleen. Met haar uitgebreide expertise en op basis van opgedane ervaring in de praktijk adviseert de OD NZKG de gemeenten en provincies binnen het werkgebied en andere overheden. Daarnaast denkt de OD NZKG mee met ondernemers en bedrijven ter verbetering en bescherming van de leefomgeving. Hiermee draagt de OD NZKG bij aan het in stand houden van een verantwoord en veilig woon- en leefklimaat in een steeds dichter bevolkte regio.
De OD NZKG ondersteunt bij het maken van verantwoorde keuzes op het gebied van onder meer:
Veiligheid (constructieve veiligheid, tunnelveiligheid, omgevingsveiligheid, externe veiligheid), Geluid, Luchtkwaliteit en geur, Afval en Duurzaamheid en energie
Vanuit deze expertises zijn we betrokken bij veel grote projecten in de regio, zoals de Cluster Energie Strategie, Versnellingstafels Energie, Tata Steel, luchthaven Schiphol en de transformatie van bedrijventerreinen naar gemengde gebieden (zoals Haven-Stad Amsterdam).
Gevraagd en ongevraagd advies
Overheden kunnen bij de OD NZKG advies inwinnen. De OD onderscheidt daarin advies gericht op omgevingsbeleid op het gebied van milieu, bodem of bouw (denk aan Omgevingsplannen) en advies op het ruimtelijke spoor (denk aan vestigingsbeleid of m.e.r.-beoordeling).
De OD NZKG ziet het nadrukkelijk ook als haar taak om met het oog op de doelen van de Omgevingswet, zowel waarborgen van kwaliteit als een bijdrage leveren aan maatschappelijke opgaven om daar waar nodig ongevraagd de overheden te adviseren. Een goed werkende BIG-8 is
hiervoor uitgangspunt. Vanuit haar kennis en expertise signaleren zij tekorten en kansen in beleid of regelgeving die de OD NZKG (ongevraagd) onder de aandacht brengen van de betreffende bevoegde gezag(en). Dit kan ook gaan over kansen en risico’s gericht op de kerntaken.
Gelijkluidende aanpak adviesverlening Noord-Hollandse Omgevingsdiensten:
Definitie van adviesverlening
Onder adviesverlening wordt verstaan: het verlenen van advies aan deelnemers/opdrachtgevers bij zowel beleid en wet- en regelgeving (zoals bij omgevingsplannen en de gemeentelijke geluidkaart) als bij vergunningsprocessen (zoals scherp vergunnen) en toezicht en handhaving (zoals afhandeling van klachten). Hiernaast bevat de adviesfunctie ook het stellen van de uitvoerings- en handhavingsstrategieën (VTH-strategieën), analyses die ten grondslag liggen aan pilotprojecten, deelname in thematische werkgroepen (zoals energietransities, roadmaps ten behoeve van verduurzaming van bedrijven, circulaire economie).
De taak van adviesverlening is geen basistaak; daarom is er ook geen aparte advies-strategie opgesteld. Echter, gezien het toenemende belang van deze taak na inwerkingtreding van de Omgevingswet, bereiden de Noord- Hollandse omgevingsdiensten zich voor op professionele ontwikkeling van de adviestaak. De omgevingsdiensten doen dit afhankelijk van de vraag vanuit de eigen opdrachtgevers. Noord-Hollandse omgevingsdiensten worden door opdrachtgevers steeds vaker gevraagd als adviseur in het kader van de Omgevingswet of de landelijke en provinciale opgaven zoals beschreven in paragraaf 4. Advies bij het opstellen van Omgevingsplannen is hier een voorbeeld van.
Visie op adviesverlening
De omgevingsdiensten richten zich in gezamenlijkheid op het versterken van hun informatie- en kennispositie door onderlinge informatie- en kennisuitwisseling. Dit gebeurt niet alleen ten aanzien van de adviestaak van de omgevingsdiensten, maar ook breder, ten aanzien van de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving. Om zoveel mogelijk belemmeringen te voorkomen in het primaire VTH-proces wordt specialistisch advies van de Omgevingsdienst tijdig
ingewonnen. In het bijzonder bij ruimtelijk advies kan betrokkenheid van de Omgevingsdienst bijdragen aan een beter zicht op de samenhang tussen beleidsopgaven, activiteiten, projecten en functies en kwaliteiten in de fysieke leefomgeving.
Werkwijze
Een gedeelde werkwijze voor adviesverlening is op dit moment nog in ontwikkeling. Voor de beschrijving van de werkwijze bij adviesverlening geldt geen wettelijke verplichting.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Strategie bedrijvigheid & bedrijfsgebonden activiteiten
Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 ODNZKG