Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1.

Artikel 5.1.1.

Monumenten

Onderdeel van Welstandsnota Goes 2016

Objectbeschrijving Een monument is een gebouw of terrein dat van algemeen belang is door schoonheid of geschiedenis, belangrijk is voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde heeft. Het kan symbool staan voor een bepaalde periode of gezien worden als eerste of meest belangrijke verbeelding van een kunststroming. De gemeente Goes kent 222 Rijksmonumenten en 5 gemeentelijke monumenten. De monumenten zijn divers van karakter en hebben elk bepaalde bijzonderheden in cultuurhistorische, architectonische en/of stedenbouwkundige zin. Welstandsniveau (beschermd) De monumenten vallen onder het hoogste welstandsniveau. De welstandsbeoordeling is altijd gericht op het handhaven, herstellen en versterken van de cultuurhistorische karakteristieken en de samenhang van het gebouw met zijn omgeving. De algemene, de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria zijn van toepassing, maar worden aangevuld met onderstaande specifieke criteria. Deze criteria worden altijd bezien in relatie tot (redengevende) beschrijvingen van monumenten. Bij de beoordeling van vergunningaanvragen bij, op en aan monumenten zijn 'Technische criteria voor planbeoordeling monumenten' (2006) van toepassing. Voor de welstandsbeoordeling worden naast onderstaande criteria ook de ’10 uitgangspunten voor het omgaan met monumenten’ (Federatie Welstand, 2008) gehanteerd. Welstandscriteria Plaatsing De gebouwen zijn als zelfstandige eenheden herkenbaar. Massa en vorm Bij verbouwingen moeten de contouren en het silhouet van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar blijven. Dakkapellen bij voorkeur op het achterdakvlak. Gevelkarakteristiek Detaillering in harmonie met gebouw en omgeving, gevarieerd en zorgvuldig. Een hedendaagse interpretatie op de historische kenmerken is in ondergeschikte uitvoering mogelijk is. De oorspronkelijke hoofdvorm, gevelgeleding, karakteristieke en beeldbepalende elementen behouden. Bij monumenten ook de oorspronkelijke gevelindeling behouden. Dakkapellen, kroonlijsten, erkers en dergelijke moeten worden vormgegeven als zelfstandige elementen. Dakramen, zonnepanelen en -collectoren bij voorkeur in/op het achterdakvlak. Zeer terughoudend omgaan met het aanbrengen van technische installaties, inpandig en anders aan of op de achtergevel en -dakvlak geplaatst. Kleur en materiaal Materiaalgebruik gelijk aan of vergelijkbaar met het oorspronkelijke/bestaande gebouw. Geen kunststoftoepassingen. Kleurgebruik aansluiten bij de aard en het (historische) karakter van het gebouw. Geen felle contrasterende kleuren.

Rechtspraak bij dit artikel