De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt voor de afzonderlijke voorzieningen berekend volgens de in deze verordening opgenomen wijze. De berekening van de hoogte van het persoonsgebonden budget betreft een maximum. Het definitieve persoonsgebonden budget is nooit hoger dan de werkelijke kosten.
Bij dienstverlening is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een persoonsgebonden budget bij een formele hulpverlener en inkoop bij een informele hulpverlener of persoon uit het sociaal netwerk.
Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning
is gelijk aan het loon uit de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg behorende bij de hoogste trede van functiegroep ‘Hulp bij het huishouden’, vermeerderd met 15,7% in verband met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren, indien sprake is van dienstverlening door een formele hulpverlener.
in afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van huishoudelijke ondersteuning van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of een bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het per 1 januari van het kalenderjaar geldende minimumloon als bedoeld in artikel 8 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag per uur, vermeerderd met 15,7%.
Het persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding en/of dagbesteding
is gelijk aan de onderliggende prijs waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd, indien sprake is van dienstverlening door een formele hulpverlener.
In afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van respectievelijk individuele begeleiding of dagbesteding van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of een bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan het in artikel 5.22, eerste lid, Regeling langdurige zorg genoemde bedrag.
Het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf en/of logeeropvang
is gelijk aan de onderliggende prijs waarvoor het college de verblijfscomponent van kortdurend verblijf en/of logeeropvang heeft gecontracteerd, indien sprake is van dienstverlening door een formele hulpverlener.
In afwijking van sub a is een persoonsgebonden budget bij betrekking van kortdurend verblijf en/of logeeropvang van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, waaronder een echtgenoot of een bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad, of een persoon of hulpverlener die niet voldoet aan de in artikel 8.3 genoemde kwaliteitseisen, gelijk aan anderhalf maal het in artikel 5.22, eerste lid, Regeling langdurige zorg genoemde bedrag.
Van een formele hulpverlener, zoals bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, is sprake indien de hulpverlener voldoet aan alle in artikel 8.3 opgenomen kwaliteitseisen.
Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening
is gelijk aan het gemiddelde kilometertarief voor het totale regionale gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer van het voorgaande kalenderjaar, indien cliënt gebruik kan maken van het collectief vervoer maar kiest voor een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget;
is gebaseerd op de tarieven voor taxivervoer zoals vermeld in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, indien cliënt op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. Het totale budget voor een kalenderjaar wordt, indien het een gedeelte van het jaar betreft, naar rato berekend voor de resterende maanden van een kalenderjaar. Het totale jaar wordt berekend door de som van
het kilometertarief en minutentarief vermenigvuldigd met het maximaal aantal kilometers zoals opgenomen in artikel 4.8 en,
het opstaptarief vermenigvuldigd met het quotiënt van het maximum aantal kilometers en de gemiddelde kilometerafstand collectief vervoer van het voorgaande kalenderjaar.
is gebaseerd op de tarieven voor rolstoeltaxivervoer zoals vermeld in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, indien cliënt op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en is aangewezen op een rolstoeltaxi. Het totale budget voor een kalenderjaar wordt, indien het een gedeelte van het jaar betreft, naar rato berekend voor de resterende maanden van een kalenderjaar. Het totale jaar wordt berekend door de som van
het kilometertarief en minutentarief vermenigvuldigd met het maximaal aantal kilometers zoals opgenomen in artikel 4.8 en,
het opstaptarief vermenigvuldigd met het quotiënt van het maximum aantal kilometers en de gemiddelde kilometerafstand collectief vervoer van het voorgaande kalenderjaar;
is gebaseerd op de belasting- en premievrije kilometervergoeding zoals die gehanteerd wordt door de belastingdienst, indien cliënt op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en vervoer met eigen auto gezien de beperkingen en vervoersbehoefte de goedkoopst compenserende oplossing is;
is voor vervoer naar dagbesteding gebaseerd op de tarieven voor (rolstoel)taxivervoer zoals vermeld in de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, en wordt vergoed tot maximaal het aantal kilometers vanaf het woonadres naar de dichtstbijzijnde passende dagbestedingslocatie.
Het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel
is gelijk aan het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, die is verstrekt door een gecontracteerde leverancier van het college, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten.
de verschillende categorieën van hulpmiddelen worden nader uitgewerkt in beleidsregels.
het persoonsgebonden budget voor onderhoud en de verzekering van het hulpmiddel wordt jaarlijks vastgesteld en is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte, die is verstrekt door een gecontracteerde leverancier van het college, met dien verstande dat het persoonsgebonden budget nooit hoger is dan de werkelijke kosten.
Het persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing opgenomen in het Prijsafsprakenboek
is voor de aanschaf van de woningaanpassing gelijk aan de prijs van de goedkoopst passende woningaanpassing in natura conform de lijst van prijzen zoals opgenomen in het contractueel overeengekomen Prijsafsprakenboek;
is voor het onderhoud gelijk aan het bedrag, zoals dat door het college aan de gecontracteerde aanbieder zou zijn verschuldigd.
Het persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing die niet is opgenomen in het Prijsafsprakenboek
is voor de aanschaf van de woningaanpassing gelijk aan het bedrag van de kosten van de woningaanpassing in natura middels een kostenbepaling door een door het college gecontracteerd(e) bouwbedrijf of leverancier.
is voor het onderhoud gelijk aan het bedrag, zoals die door het college aan de gecontracteerde aanbieder zou zijn verschuldigd.
Het persoonsgebonden budget voor de kosten van verhuizing en inrichting:
is voor de verhuizing gelijk aan de kosten voor een gecontracteerd verhuisbedrijf in natura.
is voor stofferingskosten gelijk aan de door het Nibud gehanteerde bedragen voor stoffering met inachtneming van de bijbehorende afschrijvingstermijn. De totale hoogte van de stofferingskosten is gelijk aan:
100% van de maximale vergoeding als huidige stoffering niet ouder dan één jaar;
75% van de maximale vergoeding als huidige stoffering tussen één en drie jaar oud is;
50% van de maximale vergoeding als huidige stoffering tussen drie en vijf jaar oud is;
25% van de maximale vergoeding als huidige stoffering tussen vijf en zeven jaar oud is;
0% van de maximale vergoeding als huidige stoffering ouder is dan zeven jaar.
In aanvulling op de in lid 11 genoemde kosten kan bij overbrugging de eerste huur van de nieuwe woning worden vergoed voor de duur van maximaal een maand.