1. Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening reeds tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van de hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening slechts van toepassing op wijziging van de bestaande aansluiting.
2. Bij strijd tussen bepalingen in deze verordening en die in een overeenkomst tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in die overeenkomst.