Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening gemeentelijke rekenkamer Dongen 2024

In het nieuwe artikel 81a Gemeentewet is vastgelegd dat de raad een rekenkamer instelt. Dit is dus niet langer optioneel. De raad bepaalt het aantal leden van de rekenkamer (artikel 81b). In de huidige situatie kent de rekenkamercommissie vier externe leden, waarbij ieder lid als eerste aanspreekpunt fungeert naar elk van de voor dit doel samenwerkende gemeenten. De raad benoemt de leden van de rekenkamer. De beoogde onafhankelijkheid van de leden van de rekenkamer wordt door de Gemeentewet op uiteenlopende manieren gewaarborgd. Dat geschiedt onder andere door een wettelijk bepaalde benoemingstermijn van 6 jaar (artikel 81c lid 1), maar ook door de regeling van onverenigbare betrekkingen in artikel 81f, de verplichting in de raadsvergadering een eed of verklaring en belofte van zuivering en van trouw aan de Grondwet af te leggen (artikel 81g), en door de toekenning van een vergoeding voor werkzaamheden (artikel 81k), die in artikel 7 van deze verordening aan de orde komen. Op grond van artikel 81c lid 2 Gemeentewet benoemt de raad de voorzitter van de rekenkamer in functie. De benoemingstermijn van de rekenkamerleden is wettelijk bepaald op 6 jaar, maar het is aan de raad om te bepalen of en zo ja hoe vaak herbenoeming mogelijk is. In deze verordening (artikel 3, lid 5) wordt het mogelijk gemaakt om een rekenkamerlid eenmaal te herbenoemen. De leden van de nieuwe rekenkamer starten allemaal in hun nieuwe rol op 1 januari 2024. In beginsel betekent dit dat alle leden op dezelfde datum aftreden. In een rooster van aftreden wordt doorgaans rekening gehouden met verschillende momenten van aftreden, ter waarborging van de continuïteit. De leden van de nieuwe rekenkamer zullen in onderling overleg een rooster van aftreden opstellen, waarbij als uitgangspunt geldt dat zij niet allemaal op dezelfde datum volgens rooster dienen af te treden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel