De limitatieve opsomming van ontslaggronden in artikel 81c lid 6 en lid 7 Gemeentewet moet worden gezien in het licht van de door de wetgever gewenste onafhankelijkheid van de rekenkamer. De raad mag een lid van de rekenkamer uitsluitend ontslaan op diens verzoek of indien zich ten minste één van de in het zesde lid opgesomde omstandigheden voordoet. De in het zevende lid bedoelde gronden kunnen leiden tot ontslag. Hier heeft de raad dus – anders dan bij de dwingend geformuleerde ontslaggronden uit het zesde lid – een zekere beleidsvrijheid.