1.. De vordering kan geheel of gedeeltelijk kwijtgescholden worden als de debiteur voor 1 juli 2027 niet of niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen.

2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de vordering niet kwijtgescholden als de debiteur kan beschikken over vermogen dat redelijkerwijze te gelde kan worden gemaakt of als de debiteur binnen een redelijke termijn redelijker wijze over vermogen kan gaan beschikken.

3.. Bij de vaststelling of de debiteur over vermogen beschikt:

  • - worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen bijstand buiten beschouwing gelaten; en
  • - is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de Participatiewet van overeenkomstige toepassing.

4.. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid, worden perioden van verblijf in detentie of buitenland waarin de debiteur niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, niet meegeteld bij het bepalen van de 36-maandentermijn.