Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Aanvullende individuele ondersteuning

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024

(artikel 4.3 Wmo-verordening 2015) a Productbeschrijving Aanvullende individuele ondersteuning wordt geboden aan Amsterdammers met een ondersteuningsvraag op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en vindt plaats op individuele basis of in groepsverband. Aanvullende individuele ondersteuning is gericht op het verhogen van de kwaliteit van leven en op persoonlijke ontplooiing van de individuele Amsterdammer waarbij de zelfredzaamheid,en de maatschappelijke participatie wordt bevorderd, gestabiliseerd of ondersteuning wordt geboden bij achteruitgang. Dit wordt bereikt door het behalen van concrete resultaatafspraken. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met individuele omstandigheden en mogelijkheden. Aanvullende individuele ondersteuning kan na informatie en advies en vraagverheldering zowel kort- als langdurig en in meer of mindere mate intensief geboden worden. Indien er sprake is van aanvullende individuele ondersteuning, minder dan 3 maanden, wordt een verslag gemaakt. Voor aanvullende individuele ondersteuning voor een periode van 3 maanden of langer, wordt een verslag in de vorm van een ondersteuningsplan opgesteld. Aanvullende individuele ondersteuning kent drie te bereiken resultaten: Grip op het dagelijks leven en persoonlijk functioneren Opbouwen en onderhouden sociaal netwerk Deelnemen aan het maatschappelijk leven Het ontlasten van mantelzorgers kan onderdeel uitmaken van de resultaten. Grip op het dagelijks leven en persoonlijk functioneren Dit resultaat richt zich op het bieden van ondersteuning bij het uitvoeren en structureren van dagelijkse, praktische vaardigheden op alle voor de Amsterdammer relevante levensgebieden. Het hebben of het creëren van een stabiele leefsituatie waarbij de administratie en andere zaken op orde zijn, maakt hiervan onderdeel uit. De Amsterdammer wordt, waar nodig, ondersteund bij het uitvoeren van activiteiten, het aanleren van vaardigheden en het nemen van besluiten. Als de Amsterdammer tijdens het werken aan doelen uit het ondersteuningsplan beperkingen ondervindt door zijn gedrag, kan het verkrijgen van inzicht in het effect van dit gedrag onderdeel uitmaken van de ondersteuning. Opbouwen en onderhouden sociaal netwerk Dit resultaat richt zich op het bieden van ondersteuning bij het aangaan en onderhouden van sociale contacten, om eenzaamheid te voorkomen en het sociale netwerk te vergroten, zodat het sociale netwerk van de Amsterdammer ook zoveel mogelijk steun en een positieve bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt kan leveren. Het verkrijgen van inzicht in het effect van het sociale netwerk op het persoonlijk functioneren van de Amsterdammer kan onderdeel van de aanvullende individuele ondersteuning zijn. Deelnemen aan het maatschappelijk leven Dit resultaat betreft het bieden van ondersteuning bij participatie in de samenleving. De Amsterdammer wordt ondersteund bij het realiseren en behouden van wat hij wil en kan bijdragen aan de samenleving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan deelnemen aan buurtactiviteiten, groepsactiviteiten, vrijwilligerswerk, betaald werk, dagbesteding, opleiding, etc. De Amsterdammer krijgt ondersteuning bij het vinden en ondernemen van passende activiteiten waarmee hij (zo goed mogelijk) in staat is om deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Inzet van aanvullende individuele ondersteuning kan leiden tot de inzet van de Wmo voorziening dagbesteding. b Voorwaarden voor verstrekking Het besluit over de inzet van aanvullende individuele ondersteuning wordt genomen door de gemeente op advies van het buurtteam, waarbij zij waar nodig andere betrokken organisaties consulteren. Aanvullende individuele ondersteuning wordt geboden aan Amsterdammers die beperkingen hebben bij het zelfstandig functioneren of zonder de ondersteuning risico lopen om hun zelfredzaamheid te verliezen. Als de ondersteuningsvraag op het gebied van zelfredzaamheid en participatie niet met voorliggende voorzieningen is op te lossen, kan een aanvraag worden gedaan voor aanvullende individuele ondersteuning. Bij de beoordeling van deze aanvraag blijft het versterken van de eigen kracht en het inzetten van de voorliggende oplossingen het uitgangspunt. Als de noodzaak voor het inzetten van aanvullende individuele ondersteuning is vastgesteld worden met de Amsterdammer in een verslag of ondersteuningsplan de afspraken vastgelegd. In een ondersteuningsplan staan de beoogde resultaten, doelen en activiteiten. Tevens wordt vastgelegd voor welke periode en met welke frequentie de ondersteuning wordt ingezet. Het uitgangspunt is dat de geboden ondersteuning niet zwaarder of langer wordt ingezet dan nodig is. Uitgangspunt is dat jaarlijks een evaluatie plaatsvindt of, en zo ja welke afspraken er nodig zijn voor de inzet van aanvullende individuele ondersteuning. Bij aanvullende individuele ondersteuning wordt eerst gekeken naar wat de Amsterdammer zelf kan en welke ondersteuning zijn sociale netwerk kan bieden. De mate van zelfredzaamheid van de Amsterdammer wordt onderzocht en gestimuleerd. Op basis daarvan wordt vastgesteld welke ondersteuning vanuit de gemeente aanvullend noodzakelijk is. Het inzetten van eigen kracht Hierbij kan in dit kader gedacht worden aan het handhaven van voorzieningen die al ingezet waren, zoals een belastingadviseur. Denk ook aan praktische oplossingen, zoals het kopen van een agenda en het plakken van briefjes ter herinnering aan taken. Het vergroten van de inzet van het eigen sociale netwerk Onderzocht wordt op welke wijze de Amsterdammer door zijn netwerk ondersteund kan worden, bijvoorbeeld door familieleden, vrienden of buren. Het gaat hier allereerst om de zogenoemde gebruikelijke hulp (zie ook hoofdstuk 2). Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse begeleiding die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden (zie hoofdstuk 2.3). Daarnaast wordt in het persoonlijke netwerk van de Amsterdammer gezocht naar aanvullende ondersteuning op basis van vrijwilligheid of wederkerigheid. Hierbij kan gedacht worden aan één van de kinderen die de Amsterdammer helpt bij het maken van en begeleiden naar afspraken, een tante die ondersteunt bij de administratie of buren die telefonisch de ‘vinger aan de pols’ houden. Ook kan gedacht worden aan een maatje die de Amsterdammer ergens heen begeleidt, een telefooncirkel en het inschakelen van een sport-, muziek- of andere vereniging. Een beroep doen op andere wetgeving Indien een Amsterdammer een Wlz indicatie heeft of daarvoor in aanmerking komt, vindt de benodigde individuele begeleiding in het kader van de Wlz plaats en niet in het kader van de Wmo. Het gebruik maken van voorzieningen sociale basis Bij het aanbod in de sociale basis kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ondersteuning vanuit een Huis van de Wijk/buurthuis of de inzet van vrijwilligers. Tot slot staat hieronder een aantal afbakeningen met betrekking tot aanvullende individuele ondersteuning. Afbakening aanvullende individuele ondersteuning en ondersteuning door het buurtteam Aanvullende individuele ondersteuning kan alleen worden ingezet als ondersteuning door het buurtteam niet passend is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er ondersteuning nodig is die langdurig van aard is, én (tijds)intensief, én waarvoor een professional met specifieke (specialistische) expertise nodig is. Zoals bij Amsterdammers met zwaardere problematiek als gevolg van één van de volgende beperkingen, of een combinatie daarvan: Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) Licht Verstandelijke Beperking (LVB) Autisme Zintuigelijke beperking auditief Zintuigelijke beperking visueel In de praktijk zal er steeds door het buurtteam een maatwerkafweging gemaakt worden over wie de meest passende ondersteuning kan bieden: het buurtteam zelf of (in samenwerking met) een aanbieder. Afbakening aanvullende individuele ondersteuning en begeleid thuis Begeleid thuis onderscheidt zich van aanvullende individuele ondersteuning doordat er bij Begeleid Thuis sprake is van een meervoudig complexe doelgroep met een intensieve zorgvraag op het gebied van psychiatrie en/of psychosociaal (bijv. voormalig dakloosheid), en/of verslaving en/of een (licht) verstandelijke beperking en/of forensische achtergrond. De problematiek kan zo groot zijn dat begeleiding intensief of veelvuldig ongepland noodzakelijk is en die 24 uur per dag beschikbaar moet zijn. Afbakening aanvullende individuele ondersteuning en hulp bij het huishouden Hulp bij het huishouden betreft het overnemen van huishoudelijke activiteiten die de Amsterdammer niet meer zelf kan uitvoeren, al dan niet in combinatie met de regievoering over deze activiteiten. Regievoering over het huishouden kan inhouden dat de huishoudelijke hulp de Amsterdammer actief stimuleert huishoudelijke activiteiten uit te voeren waarbij toezicht nodig is. Bij de Amsterdammer die uitsluitend beperkingen ervaart ten aanzien van het doen van het huishouden wordt de voorziening hulp bij het huishouden ingezet. Als de Amsterdammer alleen regie over huishoudelijke taken nodig heeft en geen hulp bij het huishouden, wordt aanvullende individuele ondersteuning ingezet. Hierbij valt te denken aan het plannen en voorbespreken van huishoudelijke activiteiten waarna de Amsterdammer deze zelfstandig kan uitvoeren. Een ambulant ondersteuner voert geen huishoudelijke taken uit. Afbakening persoonlijke verzorging Wmo en persoonlijke verzorging Zorgverzekeringswet Persoonlijke verzorging betreft meestal het overnemen van zelfzorg die de Amsterdammer niet meer zelf kan doen, al dan niet in combinatie met de regievoering over deze activiteiten. Het gaat bijvoorbeeld om in- en uit bed gaan, wassen, lichamelijke verzorging, bewegen, toiletgang, eten/drinken, aan- en uitkleden. Als er sprake is van het structureren, organiseren of aansporen van persoonlijke verzorging door een regieprobleem kan dit onderdeel uitmaken van de aanvullende individuele ondersteuning binnen de Wmo. In dit geval heeft de Amsterdammer naar verwachting ook beperkingen bij de uitvoering en regievoering van andere dagelijkse activiteiten waarvoor aanvullende individuele ondersteuning nodig is. In alle andere situaties valt persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet. Inname, attenderen op, aanreiken en toedienen van medicatie zijn altijd handelingen binnen de persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet. Het toekennen van alléén persoonlijke verzorging is vanuit de Wmo niet mogelijk. Afbakening aanvullende individuele ondersteuning Wmo en behandeling Zorgverzekeringswet Behandeling binnen de Zorgverzekeringswet betreft werken aan geformuleerde verbeterdoelen op een gestructureerde en methodische manier. Hiervoor is specifieke (para)medische deskundigheid vereist van bijvoorbeeld een fysio- of ergotherapeut, psycholoog of psychiater. Behandeling kan gericht zijn op herstel van ziekte, aandoening of beperking, maar ook op het voorkomen van verergering. Onder behandeling valt ook het leren omgaan met (de gevolgen van) een ziekte, aandoening of beperking en het aanleren van nieuw gedrag. Als het gaat om oefenen, ondersteuning bij inslijten van vaardigheden, handelingen, gedrag en ondersteuning bij het aanbrengen van structuur of het voeren van regie, kan dit ook onder aanvullende individuele ondersteuning vallen. De vaardigheden, handelingen en gedrag kunnen in een (para)medisch voortraject als onderdeel van behandeling al aangeleerd zijn. Behandeling en aanvullende individuele ondersteuning kunnen naast elkaar bestaan en elkaar versterken. Behandeling kan invloed hebben op de intensiteit en duur van de aanvullende individuele ondersteuning. Van de Amsterdammer wordt verwacht dat hij zo optimaal mogelijk gebruik maakt van bestaande behandelmogelijkheden. Bij twijfel of er nog behandeling mogelijk is, kan een medisch advies worden opgevraagd. ~

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel