Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.4

Dagbesteding

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024

(artikel 4.4 Wmo-verordening 2015) aProductbeschrijving Dagbesteding is een Wmo-voorziening die geboden wordt aan Amsterdammers die als gevolg van een beperking of specifieke omstandigheid onvoldoende zelfredzaam zijn op het gebied van een zinvolle invulling van de dag, het hebben van sociale contacten en maatschappelijke deelname. Dagbesteding begeleidt de Amsterdammer bij het bevorderen en behouden van zelfredzaamheid en biedt begeleiding bij achteruitgang van zelfredzaamheid. Een cliënt kan ook in aanmerking komen voor dagbesteding als overbelasting van mantelzorgers daarmee wordt voorkomen. Dagbesteding wordt aangeboden in een groep en is gericht op het hebben van contacten met meerdere personen. De begeleiding is deskundig in het bieden van passende activiteiten, structuur, toezicht en/of zorg en richt zich daarnaast ook op een afgewogen samenstelling van de groep en de omgeving waarin de dagbesteding plaatsvindt. Van de Amsterdammer wordt verwacht dat hij zelf regelt dat hij op de afgesproken momenten aanwezig is op de dagbestedingslocatie. Dagbesteding kent vier te bereiken resultaten: de mogelijkheid tot inlopen, meedoen in de samenleving, Meewerken in de samenleving en Meewerken-plus. Deze resultaten hebben een logische opbouw in de mate van prestaties die de Amsterdammer per resultaat kan behalen. De mogelijkheid tot inlopen Dit resultaat biedt een laagdrempelige inloopmogelijkheid voor het zinvol invullen van de dag. De Amsterdammer heeft hier de mogelijkheid tot het vinden van een beschutte omgeving in combinatie met sociaal contact. Met deze inloop worden Amsterdammers bereikt die zich niet zelf melden en vaak professionele ondersteuning mijden waarvoor een melding of aanvraag nodig is. Er is deskundige begeleiding aanwezig voor het herkennen van problematiek en om vertrouwen te wekken, om zorg te starten, ook als de Amsterdammer daar nog weerstand tegen heeft. Het doel van de inloop kan ook zijn dat er een ondersteuningsplan wordt opgesteld of doorverwijzing plaatsvindt. Meedoen in de samenleving Dit resultaat biedt de Amsterdammer ondersteuning in groepsverband om (duurzame) sociale contacten op te bouwen, te onderhouden en mee te doen in Amsterdam. Het tegengaan van sociaal isolement en eenzaamheid, het hebben of creëren van een stabiele dagstructuur en het oefenen van vaardigheden kunnen doelen van de ondersteuning zijn. Meewerken in de samenleving Het resultaat Meewerken in de samenleving is bedoeld om Amsterdammers in staat te stellen zingevende activiteiten, zoals vrijwilligerswerk te verrichten. Bij Meewerken verricht de Amsterdammer activiteiten en werkzaamheden die maatschappelijke waarde hebben, waarbij sociale en werk gerelateerde contacten ontstaan en die bijdragen aan de ontwikkeling van de (werknemers)vaardigheden en/ of bijdraagt aan het herstel. Meewerken-plus Bij Meewerken-plus krijgt de Amsterdammer ondersteuning om vanuit dagbesteding (Meewerken) de stap naar betaald werk te zetten. De ondersteuning is gericht op het verder ontwikkelen van arbeidsmatige vaardigheden én bij het beroep passende sociale en communicatieve vaardigheden. Deelnemers participeren samen met anderen (in groeps- of teamverband) in een veilige beroepsmatige omgeving, waarbij zij taken en werkzaamheden uitvoeren die economische waarde hebben. b Voorwaarden voor verstrekking Het besluit over de inzet van Dagbesteding wordt genomen door de gemeente op advies van het buurtteam of op advies van een gecontracteerde aanbieder Dagbesteding, waarbij het buurtteam en de gecontracteerde aanbieders onderling afstemmen en elkaar consulteren. Dagbesteding wordt geboden aan Amsterdammers die beperkingen hebben bij een zinvolle tijdsbesteding met sociale contacten en maatschappelijk verkeer. Als de ondersteuningsvraag op het gebied van dagbesteding niet met voorliggende voorzieningen is op te lossen, kan een aanvraag worden gedaan voor de maatwerkvoorziening dagbesteding. Bij de beoordeling van deze aanvraag blijft het versterken van de eigen kracht en de het inzetten van voorliggende oplossingen het uitgangspunt. Het resultaat de mogelijkheid tot inlopen is als uitzondering op de andere resultaten van dagbesteding toegankelijk zonder aanvraag, voorafgaand gesprek of ondersteuningsplan, maar kan daar wel toe leiden. Gezien het karakter van dit resultaat is verstrekking als persoonsgebonden budget niet mogelijk. Uitgangspunt in het vraagverhelderingsgesprek is dat bij Amsterdammers vanaf 18 jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd de mogelijke inzet van betaald werk en ontwikkeling naar betaald werk (Meewerken-plus) en daarnaast ook het kunnen functioneren in een groep of in contact met anderen. Het best passende resultaat wordt ingezet. De toeleiding naar betaald werk is leidend. Amsterdammers tot 18 jaar kunnen bij uitzondering, met een overdracht vanuit de Jeugdwet en/of de Participatiewet, ook dagbesteding vanuit de Wmo ontvangen. De resultaten zijn uitsluitend in groepsverband mogelijk. Meewerken-plus kan wel individueel worden ingezet, maar altijd als aanvulling op de groepsactiviteit vanuit Meewerken. De geboden ondersteuning wordt niet zwaarder of langer ingezet dan nodig is. Uitgangspunt is dat jaarlijks een evaluatie plaatsvindt of, en zo ja welke afspraken er nodig zijn voor de inzet van dagbesteding. Als het vervoer naar dagbesteding vanwege beperkingen niet zelfstandig mogelijk is, dient de Amsterdammer eerst een beroep te doen op de inzet van het sociaal netwerk of andere informele oplossingen. Als deze opties niet voorhanden zijn dan bespreekt hij mogelijke vervoersalternatieven met de zorgaanbieder, die vanuit gemaakte afspraken met de gemeente Amsterdam een passende vervoersoplossing zal bieden. In het geval van een Pgb worden voorliggende voorzieningen voor vervoer tevens in overweging genomen. Indien deze onvoldoende toereikend zijn kan een financiële tegemoetkoming voor vervoer van en naar dagbesteding worden geïndiceerd. (zie paragraaf 4.10.8). Bij dagbesteding wordt eerst gekeken naar wat de Amsterdammer zelf kan en welke ondersteuning zijn sociale netwerk kan bieden. De mate van zelfredzaamheid van de Amsterdammer wordt onderzocht en gestimuleerd. Op basis daarvan wordt vastgesteld welke ondersteuning vanuit de gemeente aanvullend noodzakelijk is. Het inzetten van eigen kracht Hierbij kan gedacht worden aan oplossingen die iemand al had ingezet voordat de beperking optrad, het deelnemen aan activiteiten voor en door bewoners in de buurt, aansluiting vinden bij verenigingen of clubs, het volgen van cursussen, het uitbouwen van hobby’s, het zoeken van vrijwilligerswerk, onderwijs of een reguliere baan. Het vergroten van de inzet van het eigen sociale netwerk Hierbij kan gedacht worden aan familieleden, vrienden of kennissen die een vorm van dagbesteding organiseren voor de Amsterdammer, zoals iemand die een vast dagdeel op bezoek komt, iemand die de Amsterdammer meeneemt naar een sociale gelegenheid of een vrijwilliger die wekelijks met de Amsterdammer gaat wandelen. Voor zover het gebruikelijk is dat partners, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten elkaar bepaalde begeleiding bieden, is ondersteuning vanuit de Wmo niet aan de orde. Een beroep doen op andere wetgeving De Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit de Wmo. De Wlz kan voorliggend zijn als blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig is. De Zvw kan voorliggend zijn als behandeling mogelijk is. Wanneer de doelgroep te maken heeft met meervoudige domeinoverstijgende problematiek op het terrein van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Participatiewet wordt voor een goede afstemming van de ondersteuning gezorgd. Het gebruik maken van aanbod in de sociale basis Voorzieningen in de sociale basis kunnen een oplossing bieden voor de problemen op het gebied van dagbesteding. Hierbij kan gedacht worden aan activiteiten voor en door bewoners zoals eettafels, koffieochtenden en wandelgroepen. Maar ook aan activiteiten gericht op het met elkaar kennis laten maken van mensen uit de buurt, stadsdeel of buurtgebonden voorzieningen zoals Algemene Ontmoetingscentra (AOC) en ‘een huis van de buurt’. Tot slot staat hieronder nog een aantal afbakeningen met betrekking tot dagbesteding. Afbakening dagbesteding met aanvullende individuele ondersteuning Aanvullende individuele ondersteuning en dagbesteding onderscheiden zich in de te behalen resultaten en de wijze van begeleiding. Aanvullende individuele ondersteuning is ondersteuning gericht op het zelfstandig functioneren zodat mensen in hun privéleven hun zaken op orde houden en zelfstandig kunnen leven. Dagbesteding richt zich op het bieden van activiteiten zodat mensen een zinvolle daginvulling hebben en andere mensen ontmoeten. Dagbesteding vindt altijd plaats in groepsverband. Afbakening dagbesteding Wmo en dagbesteding Wlz en Zvw Als de Amsterdammer een Wlz-indicatie heeft dan is de daaruit gefinancierde dagbesteding voorliggend op dagbesteding uit de Wmo. Na of tijdens Zvw-behandeling kan de Amsterdammer behoefte hebben aan dagbesteding. Als de zelfredzaamheid van de Amsterdammer naar verwachting onvoldoende blijft dan is ondersteuning vanuit de Wmo een mogelijkheid. Het betreft dan ondersteuning bij sociale en maatschappelijke participatie van de cliënt, als het gaat om toepassen, ondersteunen bij inslijten of behouden van vaardigheden/handelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel