4.6.1 Aanvullende criteria voor Begeleid thuis en beschermd verblijf
(artikel 4.5, eerste en tweede lid Wmo-verordening 2015)
a Productbeschrijving
Begeleid thuis
Deze maatwerkvoorziening richt zich op intensieve en/of specialistische begeleiding die plaatsvindt op een zelfstandige of stabiele woonplek. De begeleiding bestaat uit het ondersteunen van de cliënt om zelfredzamer te worden op diverse leefgebieden.
Beschermd verblijf
Deze maatwerkvoorziening richt zich op intensieve specialistische begeleiding die plaatsvindt vanuit de 24-uursvoorziening waar de cliënt verblijft en wordt ingezet op diverse levensgebieden
bVoorwaarden voor verstrekking
Het besluit over de inzet van begeleid thuis wordt genomen door de gemeente op advies van het buurtteam, of door de Centrale Toegang.
Het besluit over de inzet van beschermd verblijf wordt genomen door de Centrale Toegang. Na toelating tot beschermd verblijf krijgen cliënten of direct een plek binnen beschermd verblijf of worden zij op een stedelijke wachtlijst geplaatst.
Toegang voor begeleid thuis en beschermd verblijf wordt beoordeeld aan de hand van de criteria in de Wmo- verordening 2015 en aan de hand van de zelfredzaamheidsmatrix.
Voor meerpersoonshuishoudens geldt dat de zelfredzaamheid van het systeem als geheel wordt beoordeeld. Als er zorg voor minderjarige kinderen is worden bovendien de opvoedvaardigheden en kindveiligheid in kaart gebracht door een aanvullende beoordeling op de volgende domeinen: lichamelijke verzorging, sociaal emotionele ondersteuning, scholing en opvang.
Specifiek voor beschermd verblijf en begeleid thuis voor gezinnen geldt dat bij co-ouderschap een ouder toegang tot de voorziening krijgt als de ouder aan de toegangscriteria van de voorziening voldoet en:
de ouder minimaal voor 50% van de tijd de zorg heeft voor kind(eren), of
er sprake is van een gefaseerde terugplaatsing van kind(eren) voor minimaal 50% van de tijd
Gedurende het traject gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
Cliënt draagt zorg voor (een) minderjarig(e) kind(eren);
Cliënt verstrekt de juiste gegevens op basis waarvan de gemeente een beslissing kan nemen
Cliënt en gezinsleden werken mee aan de begeleiding.
In aanvulling op deze voorwaarden geldt voor beschermd verblijf:
Cliënt en gezinsleden werken mee aan overplaatsing naar een andere locatie;
Cliënt en gezinsleden houden zich aan de huisregels van de opvanglocatie;
Cliënt en gezinsleden accepteren een passende (omslag)woning;
Cliënt betaalt de eigen bijdrage of huur of werkt mee aan een betalingsregeling als er te weinig inkomen is;
Cliënt en gezinsleden hebben geen verslaving of acute psychiatrische problematiek die zo ernstig is dat deze zorg niet binnen beschermd verblijf voor gezinnen kan worden gegeven.
Om de afspraken omtrent co-ouderschap te kunnen toetsen gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
De gelijke verdeling van de zorg over beide ouders (50/50% regeling) is vastgelegd in een officieel ouderschapsplan, omgangsplan, plan van aanpak hulpverlening en/of perspectiefplan jeugdzorg.
Het omgangsplan/ouderschapsplan is bekrachtigd door een mediator, notaris, JBRA, professionele hulpverlener of vastgesteld bij de rechtbank.
Bij een relatiebreuk waarbij geen officiële instantie is betrokken, is het omgangsplan/ouderschapsplan bekrachtigd met een gelegaliseerde handtekening.
Om aan te kunnen sluiten bij de voorwaarden voor de uitstroom naar een omslagwoning moet bij de aanvraag hiervan de ouder daadwerkelijk minimaal 50% van de tijd zorgdragen voor kind(eren).
Landelijke toegankelijkheid (4.5, vierde lid Wmo-verordening 2015)
De VNG heeft in 2019 een vernieuwd Convenant Landelijke Toegankelijkheid opgesteld dat de landelijke toegankelijkheid van de maatwerkvoorziening opvang en beschermd wonen moet waarborgen. Belangrijkste uitgangspunt van het convenant is dat gekeken wordt naar de gemeente waar het duurzaam herstel van de cliënt het beste gerealiseerd kan worden.
Onderzoek
Als een cliënt die dakloos is in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening opvang of beschermd wonen, vindt conform het convenant onderzoek plaats op de volgende onderdelen om te bepalen in welke gemeente de opvang het beste geboden kan worden:
Woongeschiedenis: Onderzocht wordt waar de laatste woonplaats was van cliënt voordat die dakloos werd. Hiervoor wordt het BRP geraadpleegd. Als blijkt dat de cliënt woonachtig was in een andere gemeente voorafgaand aan de dakloosheid kan de cliënt worden overgedragen aan de gemeente van herkomst. Dit kan alleen als hierover overeenstemming is met de gemeente van herkomst. Als niet duidelijk kan worden vastgesteld waar de cliënt zijn laatste woonadres had, is de aanmeldgemeente aan zet om het onderzoek uit te voeren.
De wens van de cliënt: Uit het onderzoek moet duidelijk worden waar de cliënt opgevangen wil worden en waarom de opvang in de gemeente van voorkeur kan bijdragen aan het herstel van de cliënt.
Het sociaal netwerk van de cliënt: In het onderzoek wordt onderzocht welk netwerk de cliënt heeft, en of dit netwerk een positieve of juist negatieve invloed heeft op het herstel van de cliënt.
Werk, dagbesteding of onderwijs: In het onderzoek wordt in kaart gebracht of en zo ja waar de cliënt dagbesteding heeft in de vorm van (vrijwilligers)werk of onderwijs, en of dit op positieve wijze bijdraagt aan het herstel van de cliënt.
Hulpverlening of ondersteuningstrajecten: onderzocht wordt welke hulpverleningstrajecten er lopen, en bij welke zorgaanbieders, en in hoeverre deze bijdragen aan het herstel van de cliënt.
Criminele activiteiten: Tot slot wordt in kaart gebracht of er sprake is van criminele activiteiten, of er politie- of justitie contacten zijn en of een traject in de aanmeldgemeente bijdraagt aan het verminderen van deze activiteiten. Ook wordt gekeken of er (justitiële) maatregelen genomen waarmee rekening gehouden moet worden.
Op basis van het onderzoek wordt besloten in welke gemeente de maatwerkvoorziening en daarmee het herstel het beste kan plaatsvinden. Als dit in een andere gemeente dan Amsterdam is, vindt er overleg plaats met die gemeente. Is de ontvangende gemeente het eens met de conclusie dan vindt er een overdracht plaats. Als gemeenten er onderling niet uitkomen, kan de casus worden voorgelegd aan de Commissie geschillen landelijke toegankelijkheid die is ondergebracht bij de VNG. De uitspraak van de commissie is bindend. Gedurende de behandeling van het geschil vangt de aanmeldgemeente de cliënt op.
4.6.2 Opvang en ondersteuning voor slachtoffers van huiselijk geweld
(artikel 4.5, derde lid Wmo-verordening 2015)
a Productbeschrijving
Voor slachtoffers van huiselijk geweld wordt voorzien in opvang en ondersteuning.
Waar het kan wordt ambulante hulp geboden. Dit varieert van kortdurende tot lange intensieve trajecten en is gericht op het stoppen van geweld, het aanpakken van risicofactoren die bijdragen aan het geweld en ten slotte herstel. Wanneer ingeschat wordt dat ambulante hulp niet toereikend is om de veiligheid te waarborgen kan er overgegaan worden tot opvang. In de opvangperiode wordt gewerkt aan drie fasen van veiligheid: het bieden van acute veiligheid, het aanpakken van risicofactoren en herstel.
Opvang via een noodbed, maximaal drie dagen, is bedoeld voor volwassenen en hun eventuele kinderen die vanwege een acuut onveilige situatie de thuissituatie moeten verlaten.
Crisisopvang, 6 tot 9 weken, is bedoeld voor volwassenen en hun eventuele kinderen als er sprake is van structurele onveiligheid. Indien nodig kan er na het verblijf in de crisisopvang nog een fase van begeleid wonen geboden worden.
In sommige situaties kunnen cliënten, in overleg met de gezinshulpverlener, opgevangen op een andere locatie elders in het land.
bVoorwaarden voor verstrekking
Het besluit over de inzet van ondersteuning en opvang na huiselijk geweld wordt gedaan door de Blijf Groep.
De toegang tot hulp en opvang na huiselijk geweld, kent afwijkende criteria die zijn vastgelegd in de Wmo-verordening in artikel 4.5 lid 3. Onveiligheid vanwege huiselijk geweld is het belangrijkste criterium.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Begeleid thuis en beschermd verblijf en opvang en ondersteuning voor slachtoffers van huiselijk geweld
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024