**1..** Een college zendt zijn besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen.
**2..** Het algemeen bestuur zendt het besluit, bedoeld in het eerste lid, onverwijld door aan de overige colleges.
**3..** Het algemeen bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept voor het uittredingsplan.
**4..** Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
**5..** Indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het besluit tot uittreding van een college ertoe leidt dat continuering van de samenwerking in de regeling redelijkerwijs niet meer mogelijk is, doet zij de colleges een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Laborijn als bedoeld in artikel 45.
**6..** Indien binnen drie maanden na ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit als bedoeld in het eerste lid door ten minste twee colleges van de andere deelnemers wordt besloten tot uittreding dan wel tot opheffing van de regeling worden deze besluiten tot uittreding respectievelijk deze besluiten tot opheffing beschouwd als besluiten tot opheffing als bedoeld in artikel 45.
Hoofdstuk 7: › Afdeling 7.3
Artikel 47:
Aanvang uittredingsprocedure
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn