Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7: › Afdeling 7.3

Artikel 48:

Procedure voor vaststelling uittredingsplan

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn

1.. Het uittredingsplan bepaalt met inachtneming van het bepaalde in dit besluit de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer aan de Uitvoeringsorganisatie Laborijn. 2.. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer aan de Uitvoeringsorganisatie Laborijn, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept uittredingsplan voorbereid. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 4.. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het algemeen bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. De selectiecommissie besluit bij meerderheid van stemmen. 5.. Ten minste 8 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6.. Uiterlijk 8 maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.

Rechtspraak bij dit artikel