De visie, ambities en speerpunten zijn vertaald naar een strategie in detail, met onderzoeken, activiteiten en investeringen met bijbehorende budgetten. Met dat beeld en aannames voor areaaluitbreiding, inflatie, indexering en rentepercentages is in het achtergronddocument een doorkijk gemaakt voor de komende jaren. De volgende grafiek geeft een totaalbeeld weer van de componenten waaruit de lasten zijn opgebouwd voor de lange termijn. Dit betreft op hoofdlijn de personeelslasten, exploitatielasten, de factor compensabele btw, de kapitaallasten van nieuwe investeringen en lopende kapitaallasten van investeringen uit het verleden (kapitaallasten gevormd door afschrijving en rente, met een huidige rekenrente van 3%).
Bij het doorrekenen van de lasten is geconstateerd dat een piek ontstaat in de komende beheerperiode. Een belangrijke oorzaak hiervan is de aanpassing in het overzicht van geactiveerde investeringen. Dit overzicht is, zoals benoemd als speerpunt in het GRP-6, in overeenstemming gebracht met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) volgens de huidige Nota Activabeleid (2019). Dit betekende aanpassingen op onder andere afschrijvingstermijnen (15 in plaats van 40 jaar). Dit heeft tot gevolg dat er per direct € 1,49 mln moet worden afgeboekt van de boekwaarde.
Figuur 5 1: lastenontwikkeling gemeentelijke watertaken lange termijn
Waarom stijgen de lasten?
De eerste aanleg van riolen is, en wordt, bekostigd vanuit de grondexploitatie en komt daarmee niet ten laste van de exploitatiebegroting voor de rioleringszorg. Het vervangen van de riolering komt wel ten laste van de exploitatiebegroting voor de rioleringszorg. Vanuit de areaalgegevens en de aanlegjaren is te zien dat de oude gemengde riolen nu aan vervanging toe zijn. De stijging is dus met name verklaarbaar door de komende rioolvervangingen en renovatie van de oude riolen en de maatregelen voor het oplossen van de klimaatopgaven.
Doordat de vervangingsinvesteringen geactiveerd worden komen alleen de kapitaallasten van de investeringen ten laste van de rioolbegroting. De kapitaallasten blijven jaarlijks toenemen als gevolg van geactiveerde investeringen (zie figuur 5.1 de oude riolen komen voor het eerst op de financiële balans). De totale jaarlijkse lasten stijgen op jaarbasis tot circa € 7,5 miljoen in 30 jaar in 2050, bij een rentepercentage van 3% (exclusief inflatie). Een risico is een verder oplopende rekenrente. Stel dat deze de komende jaren stijgt, dan nemen ook de kapitaallasten toe. Bij bijvoorbeeld een rekenrente van 4% lopen de totale jaarlijkse lasten op tot € 8,2 mln. in 2050 (exclusief inflatie).