Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Kenmerken groeibaan

Onderdeel van Beleidsregels Gesubsidieerde arbeid Maastricht-Heuvelland 2023

Termijn Een groeibaan heeft een maximale termijn van 12 maanden. Welke wordt verdeeld in contracten van een half jaar. Aan een belanghebbende wordt pas een groeibaancontract aangeboden op het moment dat ook een inleenplek voor de kandidaat beschikbaar is en hij/zij kan starten. Omvang bij zowel een alleenstaande als een alleenstaande ouder bedraagt de groeibaan normaliter 32 uur per week; bij een echtpaar (ongehuwd samenwonenden) bedraagt de groeibaan normaliter 36 uur per week. Bij bovengenoemde uren wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm. Een koppeling tussen het aantal uren en de kostendelersnorm is niet wenselijk, omdat dit kan leiden tot schommelingen in de uren van de kandidaat gedurende de looptijd van de groeibaan. Uiteraard is maatwerk mogelijk. Afhankelijk van de situatie van belanghebbende, behoort afwijking van de uren, die gebaseerd zijn op het aantal uren dat iemand nodig heeft om uitkeringsvrij te zijn, naar boven én naar beneden tot de mogelijkheden. Hierbij geldt dat een kandidaat minstens 12 uren per week geplaatst moet kunnen worden om in de regeling opgenomen te kunnen worden. Dit is dus de absolute ondergrens. Wanneer naar beneden wordt afgeweken van het aantal uren betekent dat overigens dat een kandidaat slechts gedeeltelijk uitstroomt uit de uitkering, hetgeen acceptabel is. Met name ten aanzien van parttime werk is gebleken dat dit een goede basis vormt om uiteindelijk volledig uit te stromen. Als voorbeeld van situaties waarin kan worden afgeweken van een fulltime contract kunnen worden genoemd de zorg voor kleine kinderen, het verrichten van mantelzorg en de aanwezigheid van een arbeidshandicap. Echter ook in andere situaties kan van het fulltime aantal uren worden afgeweken. Op het moment dat vanuit de maandelijkse monitoring blijkt dat het budget in het W-deel (Participatiebudget) onvoldoende is kan zelfs gekozen worden voor parttime werk als uitgangspunt; immers een fulltime baan levert twee halftime banen op. Op het moment dat iemand parttime inkomsten heeft, hoeft namelijk minder uitkering te worden betaald; deze kosten bespaart de gemeente derhalve in het I-deel (BUIG-budget). Bovendien blijft de werkconsulent van de gemeente -voor het deel dat de werknemer aanvullende uitkering ontvangt- de cliënt volgen in zijn activiteiten gericht op uitstroom naar regulier werk. Op dat moment wordt de cliënt derhalve niet alleen begeleid door de werkconsulent van de uitvoeringsorganisatie gesubsidieerde arbeid, maar ook vanuit de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel